image

De hoektand zat al los voor de grote vakantie. Hij wiebelde eerst nog zachtjes. We gingen op fietsvakantie. De hoektand wiebelde iets fanatieker. ‘Ik denk dat hij er deze week wel uit gaat’, zei ze bij een pauze onderweg. Hij bleef lekker eigenwijs zitten.

Hij bewoog steeds sterker. Ze drukte hem bijna tegen haar gehemelte aan. Het wiebelde en bewoog dat het een lieve lust was. Het tandvlees zag er vurig rood uit. Maar de tand bleef zitten. Hij had er nog geen genoeg van. Het plekje in de mond was hem te heilig.

De vader wilde het proces versnellen. ‘Kom, dan trek ik hem er wel even uit’, zei hij in de week na de vakantie. Ze lag ‘s morgens bij hen in bed. Gezellig kletsen. En ze liet zien hoe los de hoektand zat. ‘Nee’, gilde ze. Ze vertelde dat oma een vorige tand lostrok met een tang. De tang was een pincet. Het had pijn gedaan. ‘Hij bleef aan een velletje hangen.’ Ik haalde de waterpomptang en riep: ‘Kom maar op met die tand.’

Ik merkte dat het erfelijk was. De losse tand kon ik er ook best uithalen. Waarom zou ze er zo lang mee moeten zitten? Ze at een appel. Haar tand zou er dan wel in blijven hangen. Bij de boterhammen ontweek ze de hoektand. Het deed pijn bij het kauwen. De tand werd traag verstoten door zijn opvolger. Ik voelde het ongeduld van mijn moeder.

Bij het tandenpoetsen gilde ze. Ik mocht niet in de buurt van de tand komen. Dat ik het flink poetste was wel nodig merkte ik. Ik hielp gelijk de tand een beetje bij het loskomen. Net zoals een paar tanden terug. Daar viel de tand eruit bij het poetsen. ‘Zo op mijn tong’, vertelde ze erbij. Nu hing hij trots en zeker. Ik ga hier nooit meer weg, lachtte hij.

De volgende morgen vroeg werd ik gewekt. ‘Hij is eruit’, vertelde ze. Ik schoot overeind. De losse hoektand had zich eindelijk gewonnen gegeven. Op een hoekje zat het geronnen bloed. Binnenin zag ik de aanhechting nog zitten. De melktand had losgelaten. Ze was trots: ‘Ik wiebelde een paar keer en toen was hij ineens los.’ ‘En deed het pijn?’ vroeg ik. ‘Een beetje’, zei ze.