image

In de pauze naar buiten. De stralende zon heeft mij uitgenodigd. Ik neem het paadje door de bossages. Het loopt evenwijdig met de brede weg. De bladeren ritselen onder mijn voeten. De populieren hebben nog meer blad verloren de laatste weken.

In de donkergroene en bruine bladeren zie ik opeens een diertje zitten. Ik kijk nog eens goed. De bruine pluimstaart en de puntige oortjes herken ik. Een eekhoorntje. Het dier ziet mij ook en schiet weg naar de dichtstbijzijnde boom. Vliegensvlug rent het aan de stam omhoog. Ik kijk het na.

Het diertje stopt met rennen, draait half om de stam heen en koekeloert van een veilige hoogte naar mij. Het piept hoge uithalen, klimt weer een stukje omhoog en kijkt dan vanaf een tak naar beneden. Weer het piepen. Nog een klein stukje hoger en weer kijken naar mij.

Dan keert het diertje om en schiet terug naar beneden. Weer langs de stam, even stoppen en koekeloeren om de brede boomstam heen. Ik sta nog altijd stil en geniet van het samenzijn met dit diertje. Dan kiest de eekhoorn het hazenpad. Hij schiet weg over de grond naar een andere boom en is verdwenen.