image

Een groepje jongeren heeft zich verzameld op de brug. Ouderen vinden het niet zo interessant te zien dat een meisje tot haar oksels in de gracht staat. Ze fietsen voorbij en werpen hoogstens een blik naar het buurmeisje. Het buurmeisje staat muisstil. Op zoek naar haar sleutels en de bonuskaart. De herdershond rent heen en weer.

Een meisje hangt half over de brug en kijkt. Ze roept iets naar een vriendin. ‘Ik ga naar huis’ en loopt weg. Ze heeft een paar stappen gezet en komt alweer terug. ‘Mijn fiets is gestolen’, zegt ze geschrokken naar de vriendin. ‘Ik heb hem daar neergezet.’ Ze wijst naar de bosjes. ‘En het is niet eens mijn eigen fiets.’

Haar lichaam krimpt in elkaar. ‘Ik had hem maar even neergezet tegen de bosjes.’ Haar vriendin kijkt haar meelevend aan. Ik heb het gevoel iets te moeten zeggen. Ik sta precies tussen de 2 meisjes in op de brug. ‘Tjonge’, zeg ik. ‘Het is toch wat. Weet je zeker dat hij daar stond?’ Ze kijkt angstig om zich heen. ‘O nee, daar staat hij.’

‘Ik blijf nog even’, zegt haar vriendin. ‘Zet hem maar wel op slot’, zeg ik. ‘Ja’, antwoordt het meisje. Ze rent naar de fiets toe, draait hem in het slot en loopt terug naar de brug om verder te kijken.