image

Deel van een schedel geëxposeerd in de nieuwe bibliotheek van Almere.

Een jongensboek lijkt het. Een jongen loopt langs graafwerk, een pasgegraven Watergang in Almere-Poort. Iets steekt uit de dikke klei die langs de kant opgeworpen ligt. Hij kijkt nog eens goed. Trekt en wrikt. Ineens houdt hij een schedel vast. Onderweg naar huis zwaait hij naar de buurvrouw. Leuke bal houdt hij daar vast, denkt zij.

Zijn ouders zien gelijk wat het is: een schedel. Politie erbij. Die begint een forensisch onderzoek op de plaats delict. Het is onmogelijk de oorspronkelijke plaats te vinden. Hij heeft het uit het klei gehaald. De oorspronkelijk bodem van de Zuiderzee concluderen de rechercheurs. Waarschijnlijk is de schedel verjaard genoeg voor een misdaad.

Voor de zekerheid wordt het stuk schedel opgestuurd. Inderdaad het dateert uit de eerste eeuw na Christus. Waarschijnlijk van een Germaan. Gevaren op de Zuiderzee, dat toen mogelijk het ‘Ala mere’ (= groot meer) heette. Verdronken in het water. Of dat kwam doordat hij zich het water op waagde in een bootje of op een andere manier, is niet meer te achterhalen.

image

Tekst over de Zuiderzee die in de Romeinse tijd meer een aaneenschakeling van meren was.

De schedel is te zien in De nieuwe bibliotheek. In een prachtige vitrine met de uitleg en een mooie foto van de vinder erbij. De 12-jarige Thijs is een van de weinigen die hem echt heeft vastgehouden. Heel even in contact met het verleden. Een verleden dat meer gissen dan zekerheden bevat. Dat is alleen maar mooi. Een heus jongensboek.