kersenpluk in Almere

De stokken waren aan elkaar gebonden met dikke stukken touw en tape. Zo vormden de 3 bezemstelen samen een lange stok. Ze hield de stok omhoog. Hij slingerde vervaarlijk hoog in de lucht. Een korte beweging naar voren maakte ze. De stok zwierde naar achteren.

Een snelle beweging volgde. Het rokje zwierde mee. Een stukje been ontblootte. De lange stok raakte bovenin met een smak de hoge tak. Er viel iets naar beneden. De vrouw liet de stok vrijwel meteen in het gras vallen, waarna ze op het gevallene dook.

Ze griste de vruchten uit de losse takken en bladeren. Met de kersen was de halve boom mee naar beneden gevallen. De vingers grepen snel naar de grond. De handen maakten vlugge bewegingen. Ze liep met de handen vol naar de plastic tas en gooide de kersen erin. Op de tas grinnikte een oranje hamster haar na.

Ze tuurde omhoog op zoek naar een nieuwe bundel vruchten. In het gras lag een nog langere stok. Deze was eveneens gebundeld met dikke stukken touw en plakband. Ze pakte de lange stok en hees het gevaarte de lucht in. De wind greep de stok. Zij trok als een dronkenman over het veldje. De stok slingerde hoog in de lucht en raakte met een knal de kroon van de boom. Een tak brak en viel met een plof neer. Vlak naast de vrouw.

Dat scheelde niet veel. De vrouw trok er zich weinig van aan. De stok gleed door haar handen. Ze liet hem in het gras vallen. Even waren haar handen vrij. Ze trok haar hoofddoekje recht en liep naar de gevallen tak. De rok slingerde mee in de wind. Daar graaide ze in het gras. Haar ogen speurden naar de kersen. Haar vingers grepen ze snel tussen het groen en de hondenpoep. Weer boog ze naar de hamstertas en liet de vruchten erin vallen.

De ogen tuurden alweer omhoog op zoek naar de volgende bundel rijpe kersen.