image

Hij ging zitten, spreidde zijn benen breed en liet zijn handen op zijn knieën rusten. De mensen die hem kenden, wisten het. Hij neemt plaats op zijn praatstoel. Hij begon te praten. Zijn oostelijk accent vulde de ruimte. Het gaf hem iets aandoenlijks, maar wat hij vertelde bleef saai.

Een boek dat hij gelezen had, een film die hij zag op zijn tiende en een computerspelletje waaraan hij verslaafd was geweest. Maar hij sportte liever. De synopsis van het boek werd uitvoerig besproken. Van het boek dat hij las. Misschien las hij niet zo vaak waardoor hij zo sterk in details trad. Misschien had hij gewoon een goed geheugen.

De toehoorders vielen bij bosjes af. Eentje hield het wat langer vol en reageerde soms. Het bevestigde zijn praatstoel. Hij hapte gretig toe op de vlokjes praatvoer die de volhouder hem gaf.  Het verhaal was niet te stoppen.

De ene toehoorder na de andere stapte op en ging weg. De afloop van het verhaal wachtten ze niet af. Ook de volhouder gaf op. Hij vertrok. De man op de praatstoel praatte verder alsof iedereen er nog zat. Het verhaal ging verder. De kamer was leeg.