image

We lezen de laatste weken uit Annie M.G. Schmidts Wiplala. Het is een spannend verhaal over het kleine mannetje Wiplala. Nee, het is geen kabouter, Wiplala is een Wiplala.

In het verhaal kan Wiplala toveren, tinkelen noemt hij dat. Hij ontsnapt aan zijn wereld omdat hij dat niet goed zou kunnen. Zo belandt hij bij de fmillie Blom, meer Blom, met zijn dochter Nella Dellla en zoon Johannes.

Het kleine mannetje Wiplala kan bijvoorbeeld mensen laten verstenen. In het begin doet hij dat te pas en te onpas. Als hij zich bedreigd voelt, versteent hij iemand. Nadat hij de kat en meneer Blom heeft versteend, weet hij ze terug te tinkelen. Als hij in paniek de dichter Arthur Hollidee betinkelt in steen, kan hij hem niet meer terugtoveren.

De dichter is straatarm. Hij verdient helemaal niks aan zijn gedichten. Daarom heeft hij verschrikkelijke honger. Hij wilde juist een hapje meeeten met de familie Blom voordat hij versteend werd.

Ze zetten hem op het plein vlakbij het huis. Iedereen ziet het standbeeld en vraagt wie het is. Het is de dichter Arthur Hollidee zeggen de mensen tegen elkaar. Ze vliegen naar de boekwinkel om een dichtbundel van Hollidee te kopen.

In een mum van tijd zijn de boeken van Hollidee uitverkocht en verschijnt herdruk na herdruk. De armoede van weleer is als sneeuw voor de zon verdwenen, maar de dichter is versteend.

Ik vroeg Doris vanavond wat een dichter was. ‘Dat is iemand die gedichten schrijft’, zei ze. ‘Ik schrijf ook gedichten’, antwoordde ik. ‘Ben ik dan dichter?’ ‘Staan ze in een boek?’ vroeg ze. ‘Nee.’ ‘Dan ben je geen dichter. Een dichter schrijft gedichten in boeken.’