image

Het gezoem klinkt al als ik het park inloop. Het is het geluid van de bladblazer. Door de pijp heen blaast de lucht vooruit en stuwt alle bladeren die er liggen naar voren. Er is nog niks te zien, maar ik zie het al voor me. Het geluid zegt genoeg.

Ik zie ze als ik het hoekje kom. De mannen dragen de motor op de rug. De brandstoftank bovenop toont de hoeveelheid brandstof die er nog in zit. De motor zoemt en blaast lucht door de pijp die de mannen vasthouden.

Het fietspad is al vrij van bladeren. Het zandpad dat ik altijd bewandel is helemaal ontdaan van de herfstbladeren. De grond is weer zichtbaar en de gladde stukken steen verderop zijn allemaal weer te zien.

De ruimers waaien het blad allemaal mooi op. Het blaast over het veld. De gele, rode en bruine grondbedekking maakt weer plaats voor het groene gras. De herfst wordt uit de bladeren geblazen.

De bomen trekken zich weinig aan van de opruimwoede. Terwijl ik over het zandpad loop, regent het bladeren. Ze dwarrelen met een sliepuit naar de schoonmakers. Het lijkt of ze willen zeggen: blaas maar een eind weg, maar wij blijven toch wel vallen hoor.