boekenZe zitten beneden aan een tafeltje tussen de boeken. ‘Waar kun je die koffie halen?’ vraagt een voorbijganger. ‘Die moet je achter halen uit de automaat’, krijgt de vrouw als antwoord. Ze loopt alweer verder. ‘Je moet er wel om vragen’, krijgt ze nog als dessert nageworpen.

Rond het tafeltje zitten 4 mensen gezellig te kletsen. Ze roeren de plastic roerstaafjes in de plastic bekertjes. De vrouw draait het roerstaafje om de hard geworden schuim van haar cappuccino uit het automaat. De man neemt een flinke slok van de zwarte drap. ‘Lekker’, verzucht hij.

‘Je kunt ook nooit de weg meer vinden’, zegt de man die naast hem zit. Hij is wat ouder. ‘Ik moest laatst naar mijn dochter en kon de weg niet vinden. Uren heb ik gedwaald.’ ‘Heb je dan geen TomTom?’ vraagt zijn buurman. Hij laat weer een nieuwe guts slootwater in zijn mond glijden. ‘Jawel en dan nog.’

‘Het is wat met die TomTom’s’, vertelt de man van de zwarte koffie. ‘Het is zeker wat’, zegt de vrouw die duidelijk bij de verdwaalde man hoort. ‘Vroeger kon je nog gewoon de weg vragen. Nu kijkt iedereen op zijn TomTom.’ De man van de koffie neemt de laatste slok.

Hij trekt een grijns over zijn gezicht. De vrouw die tegenover hem zit, ziet het. Ze begint te glunderen. ‘Weet je hoe de TomTom eerst heette?’ vraagt hij aan de verdwaalde man. Deze schudt zijn hoofd. De vrouw tegenover hem leeft mee met de spanning en tikt haar buurvrouw aan. ‘Ik ken hem hoor.’

‘Een tamtam.’ De man van de grap begint te bulderen van het lachen. Zijn buurman probeert mee te lachen. Het lukt niet zo. ‘Snap je hem?’ vraagt de man als hij uitgelachen is. ‘Ja, ja’, knikt de verdwaalde gast. ‘De tamtam wist het wel beter’, vervolgt hij. Zijn vrouw roert weer een keer in de harde schuimlaag van haar automaat-cappuccino. En dan neemt ze de slok.

Dan kijkt de verdwaalde meneer omhoog in de boekenkast naast zijn stoel. ‘Tjonge als je van lezen houdt, kun je hier goed terecht. Voor een euro heb je al een boek.’