image

Het stuk kerstbrood ligt op de natte straat. De vroege avond is gevallen. Het is aardedonker. In de verte licht het sportveld nog iets van de horizon. Een auto komt aangereden en werpt zijn schijnwerpers over het stuk brood. Het is nog niet ontdekt door meeuwen of kauwtjes. De stukjes noot en rozijnen zijn duidelijk zichtbaar in de dikke plak kerststol die op de straat ligt. Het is zelfs te zien dat het brood luchtig is.

Geen boter of poedersuiker zit erop, wel een stukje spijs in het midden van het stuk brood. De auto nadert de brug en daarmee het stuk brood. De koplampen stuwen omhoog door de drempel waar de auto oprijdt. Het gevaarte nadert de kerststol. Precies naast de band blijft het stukje brood liggen.

image

Een andere auto komt er vlak achteraan. De lichten schijnen op de kerststol. Rozijnen en spijs liggen klaar geofferd te worden. De banden naderen. Plats daar verdwijnt het stuk brood onder de autoband. Zo plat als een dubbeltje.

Als het ochtendlicht op deze kerstmorgen schijnt, is de ravage nog beter te zien. Het verschil tussen weg en brood is nagenoeg weg. Elke hap ligt opgeschrokt tussen de steentjes van het asfalt. Een meeuw krijst laag over de weg. Het vrolijk kerstfeest zal hij echt ergens anders moeten zoeken.