image

Opening van de Heidelbergse Catechismus met zondag 1

Een fantastisch initiatief van Petepel: elke week een vraag beantwoorden over boeken. Vandaag het boek dat mij van mijn jeugd het meest is bijgebleven. Dat antwoord laat zich raden: de bijbel in een statig boek met de berijmde psalmen achterin. Achter de psalmen zaten dan nog de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus.

Voor de paplepel
Ik ben met de bijbel opgevoed. Nog voor de paplepel er was, was de bijbel er. Ze passeerden mij in alle denkbare diktes, kleuren en formaten. De kinderbijbel en de bijbel voor volwassenen.

image

Ex Libris in een zakbijbeltje met psalmen en catechismus uit 1865. Er staat: ‘dit boek behoort aan mij Thoria Sara Verdick oud 17 jaren. gekregen den 10 september 1868.’

Het exemplaar dat mij met het meeste aantrok, was wel het exemplaar dat mijn moeder meenam op zondag naar de kerk. Met die mooie gaten aan de zijkant in de bladzijden om snel het bijbelboek te vinden. En achterin de formulieren, de leerregels en de catechismus.

Onbetaalbaar
Die bijbels waren onbetaalbaar. Nieuw of tweedehands, je betaalde er een vermogen voor. Nu zie ik ze vaak liggen, afgedankt en wel. Afgelopen week kwam ik een exemplaar tegen – een NBG-vertaling – in een kringloopwinkel. Ik heb hem niet gekocht omdat ik meer bijbels heb dan sokken. Het was wel een exemplaar uit mijn jeugd.

De kleuterjuf had er precies zo een. Dat zij op een Hervormde school uit deze (nieuwe) vertaling mocht lezen, verbaast mij nu. De gele strepen, afgewisseld met groen, herinner ik. Net als dat ze de bijbel vasthield en het stukje van het nieuwe testament scheidde van het oude als Mozes de Schelfzee spleitte.

Zondagmiddag
Mijn echte herinnering aan de bijbel, is een zondagmiddag. Mijn vader was naar de kerk (de middagdienst). Mijn moeder paste op ons. Ik had het psalmboekje van mijn moeder te pakken. Ze luisterde naar de kerkdienst op de radio. Ik pakte een stukje uit de Heidelbergs catechismus en schreef de tekst letterlijk over.

Geheimzinnigheid
De geheimzinnigheid van de letters. De drukletter ‘g’ maakte de meeste indruk. Dat grote rondje onderaan, enigszins afgeplat. Het kleine rondje erboven, verbonden door een raar kringeltje. Of die imposante ‘W’, waarin de schuine stokjes in het midden zo mooi door elkaar heen lopen.

Ik kon niet lezen wat ik schreef. De letters spraken voor zichzelf. Het was het geheimschrift dat het eigenlijk nog altijd voor mij is. Alleen kan ik het nu lezen. Het was de eerste tekst die ik schreef: ‘Zondag 1: Welke is uw enige troost, beide in leven en sterven?’

Doe mee
Doe ook mee met dit mooie initiatief van Petepel. Dit jaar lanceert hij wekelijks een vraag over boeken. Deze week: Welk boek heeft in je vroegste jeugd de meeste indruk op je gemaakt?