image

Zie jij schietende kabouters?

We kochten vrijdag alvast het verjaardagscadeautje voor Inge: een set oorbellen. Het was erg druk in de stad. Overal krioelden de mensen. Deels van verveling temidden van al die vrije dagen. Deels om nog snel een cadeau te kopen. Of om iets op te lossen.

Ik had de voorbeeld-bellen in mijn portemonnee zitten. Eentje voor de grootte, eentje voor de sluiting. De eerste juwelier kon ons niet helpen. Op naar de tweede. Een vrouw voor ons, toonde een gouden zakhorloge in een doosje. ‘Ik weet niet wat hij waard is’, zei de juwelier tegen haar. ‘Dan kunt u beter naar de juwelier van het doosje.’ Op het doosje prijkte de naam van de juwelier waar wij net vandaan kwamen.

We konden niet het juiste setje vinden. ‘Het is ook een lastige sluiting voor dit formaat’, gaf de juwelier als reden. Doris tuurde in het doosje dat ze voor ons openhield. ‘Maar deze, die is mooi.’ De vrouw haalde ze eruit. De sluiting was iets anders dan gewenst, maar goed. ‘Ja doe die maar.’ De juwelier gaf de prijs en ik betaalde. ‘Is het voor een cadeautje.’ We knikten.

Daarna even een oliebol eten. De eerste van het jaar. Of eigenlijk de eerste van deze Oud en Nieuw. Het was een vette bol, die als een blok in de maag viel. ‘Waar moet ik het cadeautje verstoppen?’ vroeg Doris. Ik ging in gedachten alle lades in huis af. ‘Je kunt hem wel in je sokkenlade leggen’, zei ik. ‘Daar komt mama nooit.’

We kwamen thuis. ‘Niet kijken mama’, riep Doris terwijl ze in de richting van de trap holde met het cadeau. Ze verdween naar boven en stopte het geschenk voor de verjaardag in de lade. Later vroeg ze nog of mama echt niet in de la gaat kijken. ‘Welnee’, zei ik. ‘En wat ziet ze dan liggen? Niks bijzonders toch?’

De volgende morgen kroop ze bij het krieken van de dag tussen ons in. Altijd even lekker nadutten bij papa en mama. Ik verliet de sponde al snel om met de honden te gaan lopen. ‘Mama’, zei ze tegen Inge. ‘Je moet niet in mijn sokkenla kijken.’ Inge vroeg waarom. ‘Nou, er zitten kabouters in en die kunnen schieten als je kijkt.’

Inge liet het er niet bij zitten. ‘Maar wat doen ze dan bij jou?’ ‘Mij doen ze niks. Mij kennen ze. Je moet in elk geval niet kijken tot woensdag.’ ‘Waarom tot woensdag?’ ‘Dan gaan ze verhuizen.’

Ze zijn vanmorgen verhuisd en lieten een prachtig cadeautje achter.