image

Een gelukkige jeugd heb ik gehad midden in de natuur. Ons huis was omgeven door water. Een heuse burcht. Zo bleven wij goed beschut tegen indringers. Het gevaar was ver weg en binnen was het lekker warm. In een overdaad van eten ben ik groot geworden.

Mijn grootouders zijn hier naartoe gehaald. Het land van melk en honing. Er is veel water en er zijn genoeg bomen om een huis te bouwen. Mijn ouders verkasten naar een stukje verderop. Dichtbij genoeg om af en toe bij onze grootouders te zitten.

Ik wilde iets mooiers, wat verder gelegen. Je moest er een eindje voor reizen. Tegen de snelweg aan lag een prachtig stukje ongerepte natuur waar ik wilde wonen. Prachtig omgeven door bomen en water. Hier wilde ik mijn gezin stichten. Een heuse burcht is in aanbouw. Hier komt niemand binnen.

Maar we worden tegengewerkt. De ingang is elke avond weer kapotgemaakt. Onze doorgang naar de buitenwereld wordt moedwillig vernield. Vanmorgen lag er een brief op de deurmat. Gericht aan de familie Bever. Of we willen weggaan. We vormen een bedreiging voor de snelweg. Ze zijn bang dat de dijk waarop de weg ligt, bezwijkt door het hoge water van onze dam.

We mogen ophoepelen, terwijl we hier zijn uitgezet. Ze wilden ons terughebben, maar als we in de weg zitten, mogen we weer ophoepelen. Mooie boel is dat zeg. Ik ben heel benieuwd hoe het met onze soortgenoten in de polders gaat.

Een verre neef van mij is in Almere iets moois begonnen, weet ik. Bij het Weerwater. Daar zijn de eerste bestemmingsplannen al gewijzigd voor een Floriade. Hoe lang zijn we nog welkom in dit land? Ik vrees dat we snel weer worden uitgezet.

Dit is een blog bij het nieuwsbericht over de bevers die in Limburg de snelweg bedreigen.