image

Je mag niet roken voor je 16e, niet drinken voor je 18e, geen drugs gebruiken en seks zonder condoom is uit den boze. Het zijn niet zozeer de ouders die dit vinden, als wel de overheid die meer en meer overgaat tot het betuttelen van haar burgers.

Zo ligt er een serieus plan op tafel om kinderen onder de 16 te beboeten als ze met een pakje sigaretten worden aangetroffen. Ze hoeven de rooksignalen nog niet eens uit te blazen om een strafbaar feit te plegen.

Ik zie weer de beelden weer voor mij. Het schoolvriendje dat stiekem rookte. Zijn ouders deden het ook, wat het betrappingsgevaar verminderde. Hij had zijn pakkie shag gewoon in zijn jaszak zitten. Geen ouder die op het idee kwam de zakken te inspecteren.

Natuurlijk kwamen zijn rookactiviteiten aan het licht. Misschien had iemand hem ergens zien roken, wat een goed bewijs is. Zijn vader vroeg op een avond of hij even het pakje shag mocht zien. De zoon maakte er weinig stampij van en haalde het keurig op. Hij was 14 jaar.

Ik probeerde in die tijd ook te gaan roken. Geinspireerd door hem, maar vond het buitengewoon smerig. Op weg naar een vriendje in Goes rookte ik een half pakje mentol sigaretten op in een poging er doorheen te komen. Het hielp niets. Ik zag groen en vond het nog steeds smerig. Ik was een jaar of 15. Niemand in de rokerscoupe zei er iets van. Pas ver na mijn 18e durfde ik weer een asdragende stengel in mijn mond te stoppen. Weliswaar in de vorm van een sigaar.

Nu is het schande al dat roken. Natuurlijk het is niet gezond en ik hou er ook niet van. Maar is het verstandig als de overheid zich hiermee moet bemoeien. Een rookvrije plek in een restaurant maakt het eten een stuk lekkerder. Het verbetert ook de kwaliteit voor bezoekers. Mensen met asma kunnen eindelijk in een restaurant of cafe zitten. Maar om jongeren het roken van overheidswege te verbieden. Is het verkoopverbod van tabak niet voldoende?

Het lijkt wel hoe minder mensen elkaar betuttelen hoe meer de overheid tot deze taak overgaat. Je mag niets. Afval op straat, de hond van de buurman die op de stoep poept of de foutgeparkeerde auto in het hofje. Allemaal dingen die verboden zouden moeten worden.

Ik heb het niet zo op een bemoeiende overheid. Elkaar aanspreken, daar geloof ik meer in. Al merk ik ook dat ik heel bescheiden ben op het aanspreken van wangedrag. Een grote mond terug. Waar ik me eigenlijk mee bemoei of ze negeren je volledig. Dat is het antwoord dat je snel krijgt.

Het is allemaal betuttelen. Zeker als de overheid zich met ons leven gaat bemoeien. We eten ongezond, we voeden onze kinderen verkeerd op, we geven onze huisdieren niet genoeg aandacht, we roken of we drinken teveel. En ondertussen is het vingertje de overheid geworden.

Een overheid die zich niet – of zo weinig mogelijk – met dat soort dingen zou moeten bemoeien. Onze verworven vrijheid komt namelijk snel in het geding. Vaak eerder en pijnlijker dan we denken.