image

De vraag maakt mij nieuwsgierig naar het tweede gedicht uit de reeks Madonna met de valken van Vestdijk. Vooral naar de rest van het gedicht. Een vraag met slechts twee regels uit dit gedicht kan niet beantwoord worden zonder het hele gedicht.

Ik trek de verzamelde gedichten uit mijn kast. De cyclus Madonna met de valken is bijna een roman in verzen. Het bestaat uit 150 gedichten. Bloemlezingen halen meestal enkele gedichten uit deze enorme reeks aan. Simon Vestdijk schreef ze tijdens zijn verblijf in Sint Michielsgestel.

Het lezen van een gedicht vraagt een andere leeshouding dan het lezen van een roman of verhaal. Het begint ermee dat je een gedicht niet hoeft te snappen. Soms is het raadselachtige van een gedicht het mooie. Blijkbaar is deze lezer ook getroffen door het vers. Hij wil het snappen, maar het lukt niet.

Wel een paar handvatten bij het lezen.

Het lyrisch ik spreekt in de ‘gij’ vorm. Het ‘uw’ is daarmee de vierde naamval van gij en slaat dus op de gij. Het is de valkenier van de madonna waarover het lyrisch ik spreekt.

De valkenier is de verzorger van de valken, de madonna (of de vrouw) kijkt alleen toe. De keurvalk is haar toegenegen. Keur duidt hier op de valk met de beste kwaliteit. Bijna op te vatten als voorkeur. Volgens het lyrisch ik heeft ‘menig held’ haar aandacht voor de valk met lede ogen aangekeken.

In de tweede strofe kan het lyrisch ik het niet meer aanzien. Hij trekt de kap op de kop van de valk ‘tot op de smalste kier’. De valk lijkt symbool te staan voor de onbereikbaarheid van de (jonk)vrouw. De valk staat dichter bij haar dan hij haar ooit zou kunnen bereiken. Zelfs na zijn dood blijft deze valk over haar waken.

Alles is interpretatie.