image

Schetsen van Boz in de prisma-reeks

De Schetsen van Boz liggen al een paar weken op mijn bureau voor een bespreking. Het komt er niet van. Of ik durf het niet. Ik weet het niet zo goed hoe het komt. Ik ben in elk geval wel getroffen door deze bijzondere verhalen van Charles Dickens.

Bij het maken van een unboxing video in oktober had ik niets van Charles Dickens gelezen. De vuistdikke romans weerhielden mij van een lezing. Het voelde teveel en te zwaar voor mij. De Russische romans uit de 19e eeuw zijn immers ook flinke pillen waar je doorheen moet worstelen.

De video maakte mijzelf echter enthousiast. Ik merkte dat het verhaal achter de Pickwick Papers erg de moeite waard was. Bovendien merkte ik dat achter Dickens helemaal niet die zware schrijver schuilt, waar ik zo vaak aan denk. Ik besloot maar eens het hele oeuvre van de man aan te schaffen.

Zo verzamelde ik in de maanden erna boekje voor boekje uit de prismareeks zoals deze in de jaren 1950 verscheen bij uitgeverij Het Spectrum. Trouw als ik ben aan mijn schrijvers, begon ik bij het begin. Ik kon niet vermoeden dat het als 21e eeuwer best een aandachtig karwei is om Dickens te lezen. Zeker als het even wat minder met je gaat.

Zodoende druppelden de boekjes sneller mijn bibliotheek binnen dan ik ze kon lezen. Geholpen door een grote aankoop in de kringloopwinkel van Weesp. Ik kocht liefst 25 deeltjes uit de reeks. Ik had hierbij wel een paar andere boekjes gepakt om de reeks te completeren.

Met Sinterklaas vroeg ik de resterende delen. En ik heb ze nu bijna allemaal, op het 1e deel van David Copperfield na. Gelukkig heb ik dit boek in een latere uitgave van Brilliant Books. Ik heb geduld genoeg om op de uitgave te wachten.

De twee deeltjes met Schetsen van Boz liggen ondertussen alweer een tijdje op mijn bureau voor een bespreking. Ik las ze in de maanden november en december. Heel langzaam, verhaaltje voor verhaaltje. Ik genoot van Boz’schetsen en de heerlijke geur die uit het boekje opwalmde.

Sketches by Boz geldt als het literaire debuut van Charles Dickens. Onder het pseudoniem Boz schreef hij deze verhaaltjes voor diverse tijdschriften. Het eerste verhaal ‘Meneer Minns en zijn neef’ verscheen in december 1833 in The Old Monthly Magazine.

Vanaf die tijd trakteerde Dickens zijn publiek op veel verhalen en schetsen. Zo typeerde hij verschillende mensentypen en maakte diverse karakterschetsen van jongemensen en echtparen. Vermakelijke verhalen die de moeite van het lezen zeker waard zijn.

Ik genoot vooral van de Korte verhalen. Het zijn stuk voor stuk schitterende schetsen uit het dagelijks leven. In korte typeringen zet Dickens dikwijls zijn personages neer. Bijna onbeschaamd typeert hij ze in een paar korte woorden. Of het nu de toneeluitvoering in Villa Rosa is of de peetvader Nicodemus Duim.

Van de laatste schets de hij-verteller het volgende beeld:

De heer Nicodemus Duim – of, zoals zijn kennissen hem noemden: ‘Lange Duim’ – was ongetrouwd, ongeveer 1.80 m lan en vijftig jaar oud; hij was slechtgehumeurd, mager, vreemd en boosaardig van natuur.
Hij was alleen gelukkig als hij ongelukkig was, en altijd rampzalig als hij alle reden had om gelukkig te zijn. Het enige wat hij prettig vond was om alle mensen om zich heen ongelukkig te maken, dan was hij pas in zijn humeur. (dl 2, 50)

Het spreekt voor zich dat hij als peetvader al na de doopplechtigheid alles verknalt in zijn speech. Lijkt het aanvankelijk nog iets, de laatste zin is werkelijk onbeschoft: ‘mochten zij het ongeluk hebben te ondervinden die vreselijke waarheid: scherper dan de tand van een slang, is een ondankbaar kind.’ (dl 2, 60)

Dat zijn van die zinnen en situaties waar ik zo heerlijk van kan genieten. Net als van verhalen als ‘Het Duel’. Het misverstand doet bijna kluchtachtig aan en de uitwerking ook. Maar het is gewoon genieten. De verhalen hebben altijd een verrassende wending en weten je daarmee om de tuin te leiden. Daarmee zijn het onbedorven verhalen die je gewoon lekker van begin tot eind kunt lezen, zonder naar dubbele bodems te zoeken.