image

Ik speur de rijen boeken af. Een paar weken geleden wist ik nog zo zeker welke boeken ik wilde. Maar de vondst van de bundel dierenverhalen van Anton Koolhaas bij de kringloopwinkel bracht me uit balans. Voor 2 euro in ongelezen staat, is een groot verschil met de 12,50 euro die de boekwinkel ervoor vraagt. Dan kies ik voor het afdankertje in de hoop het een beter te leven te geven dan het had.

Nu twijfel ik de rijen voorbij. Het ene nieuwe boek na het andere gaat door mijn handen. Het ene nog mooier dan het andere. Het vraagt om een keuze waar je geen spijt van krijgt. Anders kun je het net zo goed afstaan aan de kringloopwinkel.

Na lang dubben sta ik met een bundeltje liefdespoezie van Ovidius en het boekenweekessay in de hand bij de kassa. Eigenlijk een stuiver te weinig. Maar ik krijg het boekje van Kees van Kooten toch. De verrekijker. Hij ligt in mijn hand. Op de voorkant staat Kees van Kooten voor een spiegel. Naast hem een tafeltje met daarop de verrekijker en een boek. Het logboek van zijn vader weet ik uit de verhalen. Over de oorlog.

Thuisgekomen gaat het boekje onmiddellijk open. Ik zoek de scene van het ‘Dubbelspel’ die de schrijver een paar dagen eerder nog zo mooi voorlas in De wereld draait door. Het is zeker een opwindend verhaal. Op papier net zo opwindend als voorgelezen. De nostalgie en het heimwee naar vroeger spat ervan af.

Ik wil weer eens proberen te schrijven voor Litnet. Langgeleden maar het schrijven over boeken vind ik heerlijk. Ik ga het weer doen en lees gulzig het boekje. Onderwijl vorm ik mijn mening. Maar het lukt pas echt als ik op de bank zit, laptop op schoot, boekje op de armleuning. De mening druppelt het verhaal binnen en de kop: ‘Altijd weer die oorlog’.