image

Mijn eerste boekenweek: het geschenk van Leon de Winter en het essay van Jan Wolkers

Ik kreeg literatuurles van Margo. Ik ben haar achternaam vergeten. Ik was verliefd op lezen en ook een beetje op haar. Haar bevlogenheid en meisjesachtige uitstraling. Ook al was ze de zestig gepasseerd.

De eerste kennismaking met de boekenweek was in 1995. Daarvoor is het begrip met het bijbehorende boekenbal altijd langs mij heengegaan. In 1995 – ik had mijn eerste roman geschreven in het jaar ervoor – en was van de MTS naar de eenjarige Havo gegaan. Versneld schoot ik in een jaar door 4 en 5 Havo. Margo loodste ons er doorheen.

Er was ophef over het geschenk van dat jaar, geschreven door Leon de Winter. Het droeg de naam Serenade. De lay-out van het boekje als een muziekboek uitgegeven door Edition Peeters. Als een groengele uitgave van Bachs orgelwerken. Het kaft was net iets te geel, maar de sierlijke letters kwamen aardig overeen.

Het boekje werd in die tijd gratis verstrekt op middelbare scholen. Volgens sommige christelijke scholen zou het verhaal van Leon de Winter teveel expliciete seksscenes bevatten. De docenten Nederlands ontdekten het pas toen de dozen opengingen en weigerden hun leerlingen bloot te stellen aan deze verderfelijke literatuur.

Omdat mijn school onder volwassenen educatie viel, kregen wij geen geschenk. Maar Margo wist een doosje te ritselen van een collega. Ik zie nog de grote stapel boekjes in de doos liggen. De spanning en het moment dat dat boekje op je bureau kwam te liggen.

Het was het tweede boekje. Ik was daags ervoor al naar de literaire boekhandel ‘Het paard van Troje’ gegaan. En kocht er een stapel boeken van Leon de Winter. Gekocht van mijn krantengeld. De verzamelde verhalen, Kaplan, Supertex en De ruimte van Sokolov. Ik kocht er het boekenweekessay Zwarte bevrijding van Jan Wolkers bij. ‘Wat bijzonder dat je allemaal boeken van Leon de Winter erbij koopt’, zei de verkoper nog toen hij het plastic tasje inpakte.

Daarna de recensies lezen. Het spectakel van de boekenweek drong nu pas tot mij door. Vanaf dat jaar heb ik nooit meer een boekenweek overgeslagen. Elke woensdag stond ik als eerste in de boekwinkel om het boekenweekgeschenk te bemachtigen. Later moest ik een exemplaar in huis hebben voor de bespreking van de boekenweek op het Zuid-Afrikaanse Litnet. Al had ik eens een presentie-exemplaar proberen te bemachtigen vooraf. Ik kreeg van het CPNB alleen te horen dat propraganda van het Nederlandse boek in het buitenland niet de core-business was de stichting.

Van het boekenweekgeschenk van Leon de Winter weet ik niks meer. Ik kan van de inhoud niks uit mijn hoofd lepelen. Wel van het boekenweekessay. Het was natuurlijk vijftig jaar na de bevrijding. De bevrijding moest wel als thema. Als de trompet de Last Post blaast aan het begin van de dodenherdenking, moet ik altijd aan het essay van Jan Wolkers denken.

‘En iedere keer had ik de neiging om met de tranen over de wangen te roepen, zoals Oliver Hardy in Saps at Sea, ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (Zwarte Bevrijding, p. 22)

Vooral ook omdat het aan het einde weer terug komt:

‘Wat ik zelf ga doen aan de vooravond van die vijftig jaar bevrijding. Als ik in de buurt van Amsterdam mocht zijn, zal ik zeker tussen de mensen staan die in de bocht van de Amstel, bij de fusilladeplaats Rozenoord, de doden herdenken en luisteren naar de Last Post die daar zo zuiver wordt geblazen over het water van de rivier. En ik zal weer denken. ‘Blow the horn, Stan! Blow the horn!’ (p. 56)

Het was het eerste wat ik van Jan Wolkers las. Zo drong de literatuur meer en meer in mij. Ik las het nog met rode oortjes. De oortjes zijn nu misschien nog rood van schaamte. De laatste jaren lukt het mij steeds minder goed om het geschenk door te komen. Het lijkt niet meer de aandacht en liefde van weleer te hebben. Of dat nu bij de schrijvers ligt of bij mij als lezer, kan ik moeilijk achterhalen. De kraai viel mij heel erg tegen. Het geschenk van Tom Lanoye kan ik nauwelijks navertellen, iets met een Russische straaljager die neerstort.