image

De Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76) van Charles Tournemire moeten dus ergens op een bandje in de bandjesdoos rondzwerven. Ik baal ervan dat ik ze niet kon vinden. Het moet maar iets rigoureuzer worden aangepakt. Ik maak een plekje vrij in mijn studeerkamer en haal de doos uit de berging.

In keurige stapels werk ik het hele palet van bandjes door. Veel bandjes bevatten geen enkele informatie met de inhoud. Lege hulzen en bandjes zonder tekst. Het is een raadsel wat erop staat. Dat zou uren luisteren vragen. Ik weet zeker dat het Tournemire-bandje zeker tekst op het hoesje bevat.

Het kan ook verdwenen zijn. Een aantal jaren geleden bracht ik een kapot cassettedek naar de vuilstort. Ik was vergeten dat er nog een bandje in zat, met ondermeer een bewerking van de derde Gnossienne van Erik Satie voor orgel. De rest van het concert is wel te vinden op de orgelsite van de NCRV, maar dit belangrijke stukje is verdwenen. Net als Michael-Christfried Wincklers improvisatie op Bachs Nun freut euch lieben Christen gmein.

De bodem van de doos komt meer in zicht. En dan hijs ik ineens het bandje der bandjes omhoog uit de puinhopen van opnames uit de beginjaren 1990. Drie dagen in de week zat ik gekluisterd aan de radio om de orgelprogramma’s van de NCRV, EO en KRO op te nemen. Hier diep ik de uitvoering van ene Marc Brefield op het orgel van Sint Servaes te Maastricht. De uitvoering van Sept Chorals-Poemes d’Orgue pour les sept paroles du Xrist (op. 76).

Het bandje gaat meteen in het cassettedek. Ik hoor de rauwe Amerikaanse stem van de kunstenaar. Hij leest voorafgaand aan de compositie de bijbeltekst voor met het betreffende kruiswoord. De akoestiek en de valse tongwerken. Ik voel de nostalgie van destijds opzwellen. Wat een schoonheid in al zijn beperkingen.

Wie zoekt zal vinden. Ik zocht. Ik heb gevonden…