image

Ik baal. Een hele drukke zaterdag en dan wordt ook de klok verzet. Die zomertijd. Zo’n onnodige maatregel. Iedereen klaagt er steen en been over, maar elk voorjaar dient hij zich weer aan. Een eindeloos gebakkelei. Niemand die opstaat een einde aan deze zinloze maatregel te maken.

‘s Avonds had ik de klokken al een uur vooruit gezet. Dan wennen we alvast aan het idee. Eigenlijk moet je een hele week voorbereidingen treffen. Elke ochtend ietsje eerder uit bed. Elke avond iets eerder naar bed. Het schijnt te helpen. Maar de verandering blijft tegennatuurlijk. Omdat je de biologische klok voor gek probeert te houden. Dat kun je eventjes doen, maar eens houdt het op.

Ik baal. De klok zegt dat het half 9 is, maar het voelt een uur eerder. Ik reken mij suf. Ik laat mij niet voor de gek houden, maar moet mijzelf in het ootje nemen. De zomertijd is een feit. Ik zal mij eraan moeten conformeren. Mij schikken naar het lot.

We gaan uiteindelijk naar beneden. Toch een beetje uitslapen. De klok zegt 10 uur, maar het gevoel zegt iets anders. Als ik de honden uitlaat, verbaas ik mij over de rust. Iedereen heeft de wintertijd nog in het ritme, concludeer ik. De ijskoude wind heeft sjaaltjes ijs gemaakt om de rietstengels in het water. Een meerkoetje zwemt troosteloos in het midden van de gracht. Wat een gedoe die zomertijd. Het is dat pasen dit jaar anders valt, maar ze zijn zelfs in staat om midden in een paasweekend de zomertijd in te voeren.

We gaan ontbijten. Best laat om half 11 ontbijten, maar eigenlijk is het ook nog half 10. Ik kijk eens op de tijden van de dvd-recorders. Alletwee nog oude tijd. ‘Maar er is toch altijd eentje die op de zomertijd springt’, zeg ik. ‘Ja, het zou wel moeten’, antwoordt Inge. Ze kijkt op haar mobiel. ‘Deze springt ook altijd automatisch op de zomertijd, maar er staat nog wintertijd.

Ze zoekt op internet. ‘Het is ook nog geen zomertijd. Het is volgende week pas.’ Ik schrik. ‘Maar ik heb het gisteren ook aan mijn ouders verteld. Straks waren die een uur te vroeg in de kerk.’ De stelligheid waarmee ik het beweerde. Ik leefde helemaal in gedachten naar de zomertijd. Bijna schikte ik mij naar de nieuwe tijd.

Er komt een berichtje binnen. ‘Je vader en ik waren een uur te vroeg in de kerk. Het is pas volgende week.’ Ik schaam me diep en schrijf het ook. ‘Het is niet erg’, antwoordt ze vrijwel meteen in een nieuw sms’je. ‘We hebben een lange dag en je vader heeft in stilte kunnen oefenen.’