meeuwen-bomansDe meest kostelijke zin in Dagboek van Rottumerplaat van Godfried Bomans staat in de dialoog die hij graag voor de radio wilde opvoeren met Willem Ruis. Het gaat over de stemmen die hij ‘s nachts hoort:

‘Nee. Er is niemand. Het waren meeuwen. Als meeuwen tot bedaren komen houden ze er een dof gemompel op na en dat is net of een paar mannen vlak bij de tent in het donker staan te beraadslagen. […] Ik denk ook dat in zo’n primitieve toestand oude kinderangsten naar boven komen. Je weet wel: een man achter het gordijn, een moordenaar onder je bed.’ (148)

De zin uit het dagboek komt letterlijk voor in de radiouitzending van vrijdag 16 juli. Bomans heeft het letterlijk verwerkt in zijn antwoord. Later op televisie heeft hij het nog een keer nagedaan en het klinkt inderdaad als een vorm van mompelen. Het is een prachtige zin, vooral de verbinding met de man achter het gordijn en de moordenaar onder het bed. De kinderangsten die iedereen wel heeft gehad.

meeuwen-beraadslagen

Het sluit goed aan bij een verblijf op een onbewoond eiland. Bomans laat zien dat de moderne mens, zelfs de mens uit 1971 ver afstaat van de natuur. Vervult de natuur aan het begin van zijn verblijf nog schoonheid – hij zou de hele dag voor zijn tent willen zitten om van het uitzicht te genieten – als de storm opsteekt, is de natuur niet zo leuk meer. Een in zichzelf gekeerde man hoort stemmen die er niet zijn. En meeuwen staan in het donker bij de tent te beraadslagen Dat dan kinderangsten de kop opsteken is vanzelfsprekend.