dode zwaanDe schemering maakt meer en meer plaats voor de duisternis. De gordijnen zijn nog open. Een groepje jongens staat voor het raam. Ze roepen iets naar elkaar en wachten. Er is iets aan de hand, maar ze kijken niet naar ons achter het raam. Pas heel laat komt een jongen aangelopen. Het lijkt of hij uit het zijtuintje komt.

Zou er iets aan de hand zijn? Ik ga naar boven. Er moet toch een foto van de lucht worden gemaakt voor wolkenhemel. Als ik uit het raam hang en naar beneden kijk, zie ik de reden waarom de jongens zo opgelaten waren. Er ligt een dode zwaan in een van de afgezette vierkantemeters voor ons moestuintje. Ik kan het nog zien in het laatste licht voor het helemaal donker is. Het dier ligt precies in de bak. Op de rug, de kop wijst netjes naar voren. De lange hals ligt in een mooie S.

image

Wat is er gebeurd? Ik ga naar buiten om het dier van wat dichterbij te bekijken. Overduidelijk is het dier dood. Er loopt geen spoor van bloed of vocht over het pad ons tuintje in. Het dier is hier gestorven. Of neergelegd door iemand. Al lijkt het laatste mij erg sterk. Het dier ligt daarvoor in een te natuurlijke houding.

De veren wapperen mee op de wind. Het dier is geringd. Het poepgat wijst naar de hemel. Zelfs deze oogt schoon en zuiver. De witte kleur van de veren laat zien dat het hier nog niet lang ligt. Alleen de hals bevat wat gelige veertjes. Wat is zo’n dier groot. Het enorme lijf rust op de grond waar straks de groenten moeten groeien.

Als de medewerkers van de dierenambulance het dier een halfuurtje later komen halen, zijn er snel omstanders. Niemand heeft het dier zien liggen, maar iedereen is hier langsgeweest. ‘Zou het niet die zwaan zijn waarvoor jullie laatst ook zijn geweest’, vraagt ze aan de medewerkers. Ze weten het niet. Het was een andere shift. Ze denken ook dat het dier hier gestorven is. En lang ligt het er ook niet. Maar niemand heeft het gezien.

Zo hoort het ook. Sterven doe je in totale eenzaamheid. Dat hoeft niemand te zien. Afscheid nemen van het leven is zwaar genoeg. Ook voor een stervende zwaan. De medewerker legt de nek mooi over de rest van het lijf. Zijn college houdt de blauwe zak open. Het dier verdwijnt erin. We zijn allemaal even stil.