image

Schrijven bevat iemands gedachten, fantasieen, hersenkronkels en perversiteiten. In de diepste gedachten van de schrijver huizen de moordenaar, de kinderverkrachter maar ook het meisje dat verkracht is en de laatste gedachten van de vermoorde. Daarmee komt willekeurig de vraag op of iemand de dingen die hij opschrijft ook werkelijk beleefd heeft.

Ik denk van wel. Harry Mulisch schrijft in zijn Logboek dat de dingen die hij opschrijft zich herinnert. Hij herinnert zich de dingen die nooit gebeurd zijn en dat maakt zijn verhaal. Een verhaal heeft voor lezers een andere waarde wanneer het echt gebeurd is. Niet de vraag of het gebeurd zou kunnen zijn speelt, maar de vraag of het echt zo gebeurd is. Literatuur is een verhaal dat gebeurd kan zijn, niet een verhaal dat gebeurd is.

De waarheid in het verhaal
Sommige literatuurwetenschappers hebben de neiging om op zoek te gaan naar de waarheid in het verhaal of wat de auteur ermee bedoeld zou kunnen hebben. De auto in het verhaal van Van Dis is groen, maar in het echt was het een gele. De man met de hoed en de Amerikaanse vrouw in de roman van Ronald Giphart dat ben ik. En ga zo maar door.

Het zoeken naar de intentie van de auteur is net zo zinloos als het zoeken naar de werkelijkheid van het verhaal. In de literauurwetenschap duiden ze dit verschijnsel ook wel aan als ‘intentional fallacy‘, Een verhaal is een weergave van de werkelijkheid en kan helemaal ontsproten zijn uit de fantasie van de schrijver.

Niet interessant
Wat de schrijver met zijn verhaal bedoelt is niet zo interessant. Veel interessanter is de vraag wat het verhaal met jou doet. Waarom vind je een verhaal zo goed of waarom is het slecht? Deze vraag is veel makkelijker, beter en eerlijker te beantwoorden dan de vraag wat hij ermee bedoeld kan hebben. Dat laatste is namelijk altijd giswerk.

Wel ben ik altijd geinteresseerd hoe zo’n literair meesterwerk tot stand komt. Zo’n Logboek van Harry Mulisch bij het schrijven van zijn Ontdekking van de hemel vind ik heerlijk om te lezen. Hoe hij worstelt met het verloop van het verhaal. Hij hij zijn eigen gebeurtenissen integreert in het verhaal. Zo geeft Harry Mulisch de persoon Onno Quist een hersenbloeding. Iets dat Harry Mulisch zelf een paar maanden eerder meemaakt. Hij doet het bijna gevoelloos af met ‘Heb Onno mijn hersenbloeding gegeven’.

Radiofragmenten
Ook kan ik mij bovenmatig interesseren voor een verhaal als dat de schrijvers Godfried Bomans en Jan Wolkers op Rottumerplaat. Daar ben ik de laatste dagen erg mee bezig. Aan de hand van de radiofragmenten construeer ik een heel eigen werkelijkheid. Dat enerzijds een vollediger beeld oproept, maar ik weet ook dat de betrokkenen het zelf anders beleefd hebben.

Zo blijft iets als auteursintentie en het spel met de werkelijkheid een interessant vraagstuk, maar het moet allemaal bekeken worden met jezelf als referentie. Jij leest het verhaal en jij doet er zelf iets mee. Als jij de schrijver als persoon daar graag in terugleest, dan ligt dat bij jou. Of hij het zo bedoeld heeft, ligt bij hem.

Facebook fenomeen
Overigens denk ik dat met de komst van internet en social media een heel ander fenomeen de kop op steekt. Schrijvers krijgen veel meer reactie en interactie met hun werk. Het gebeurt nog weinig dat lezers deelgenoot worden van het proces van schrijven, maar ze reageren meer en meer via kanalen als facebook en twitter. Enerzijds loven ze een werk, maar anderzijds kunnen ze het ook de grond inboren. Of zoals laatst een poezie-deskundige deed bij mijn gedicht. Hij noemde het geen poezie, maar gedachten met enters ertussen.

Zo maakt ieder zijn eigen werkelijkheid en misschien ook wel literatuur.