imageGodfried Bomans en Jan Wolkers verbleven in juli 1971 los van elkaar een week op Rottumerplaat. Het hoogste puntje van Nederland. Ze deden het voor de VARA-radio onder de noemer ‘Alleen op een eiland’.

Ik vond het dagboek van Godfried Bomans onlangs in de eerste uitgave uit 1972. Het maakt onderdeel uit van een boekje met andere reisverhalen en essays over reizen van zijn hand. Zo vliegt Bomans mee met de eerste vlucht van de KLM naar Tokio via de nieuwe route over de Noordpool. Ook schrijft hij over Honolulu, Parijs en Teheran.

Ik heb 2 andere uitgaven van Godfried Bomans op de zandplaat bij de waddeneilanden. Het eerste boekje is een uitgave van Budgetboeken uit 1988 en zit een pakket met onder andere Wolkers Groeten van Rottumerplaat. Ik heb het dagboek van Wolkers meerdere keren gelezen. Aan de notities van Bomans heb ik mij niet eerder gewaagd, maar de eerste druk uit 1972 heeft mij voldoende uitgedaagd. De andere druk die ik bezit, is de versie in het eerste deel van het verzameld werk, Werken I.

Bij de druk uit 1988 en in het verzameld werk staan ook de uitgetypte tekst van de radiogesprekken met Willem Ruis. Het is bijzonder om deze teksten bij het dagboek te lezen. Het is een boeiend relaas, waarbij Bomans graag de schijn wil ophouden dat het beter met hem gaat dan het met hem gaat. Het wantrouwige gevoel van Willem Ruis is niet helemaal onterecht.

Godfried Bomans zegt zelf dat hij op de boot naar Rottumerplaat een kou heeft gevat en daardoor griep heeft opgelopen. Of het werkelijk griep is, betwijfel ik. Het zijn eerder de verschijnselen van heimwee en verlangen naar de bewoonde wereld. Godfried Bomans lijdt werkelijk aan het verblijf op de zandplaat in de Waddenzee.

Dat beeld komt ook naar voren in het dagboek zelf dat na Bomans dood is gepubliceerd aan de hand van zijn manuscript. De losse aantekeningen die Bomans daarbuiten nog schreef, zijn niet meegenomen in het boek. En Bomans schreef veel uit, zo werkte hij een complete dialoog uit op donderdag 15 juli die hij graag zou willen opvoeren met Willem Ruis.

Op de band zoals die later in het luisterboek Alleen op een eiland is te horen, kun je het gesprek tussen Willem Ruis en Godfried Bomans hierover beluisteren. De dialoog zoals Bomans die uitgewerkt heeft, is echt niet geschikt voor uitzending vinden Willem Ruis en Ge Goudswaard. Het komt niet spontaan over, terwijl de eerdere uitzendingen heel spontaan verliepen.

Bomans legt zich erbij neer. Hij komt tot het schrijven van de dialogen omdat hij ontevreden is over de eerdere uitzendingen. Hij zit ongemakkelijk in de toiletruimte waarin de zendapparatuur staat en wil graag goed voorbereid te werk gaan. De laatste dagen slijt Bomans vol verlangen naar het moment dat hij opgehaald wordt. Hij verhult dit verlangen in de interviews, maar in de tegenstrijdige opmerkingen hoor je weldegelijk dat het eenzame verblijf op het eiland hem ernstig tegenvalt.

Wat een contrast met Jan Wolkers die Godfried Bomans afwisselt. Jan Wolkers voelt zich als een vis in het water op het eiland. Hij struint dagen over de zandplaat, wordt vrienden met de zeehonden, vindt er zelfs een en bouwt een heuse welkomstmuur met een deur erin. Naast de deurbel de tekst: ‘Jan Wolkers 2 x bellen’.

Godfried Bomans heeft geen enkele foto gemaakt uit angst dat zijn toestel onder het zand zou komen te zitten. Jan Wolkers fotografeert alles wat hij ziet en overkomt. De dode zeehond met baby in de buik, krijgt meerdere foto’s op verschillende dagen. Zo kun je het rottingsproces van nabij meekrijgen. Of de scholekster met het gebroken pootje dat keurig door Wolkers wordt gespald zodat de wond weer mooi kan genezen. Het diertje verblijft in een doos bij zijn tent.

Het contrast tussen de twee schrijvers die in leeftijd ruim elf jaar van elkaar verschillen kan niet groter zijn. Jan Wolkers is de natuurmens die het helemaal beleeft en opgaat in zijn omgeving. Godfried Bomans leeft als een angstig wezen en bibbert ‘s nachts van angst om alle geluiden die hij hoort. De opmerking dat hij de omtrek van Haarlem mooier vindt dan het eiland zegt genoeg. Al maakt hij die opmerking pas veel later en zit hij de eerste dagen nog te genieten van het uitzicht voor zijn tent. De storm gooit roet in het eten en noopt hem rillend in zijn tentje.