image

Spannende boeken, ik heb er een broertje dood aan. Ik probeer ze zoveel mogelijk te ontlopen. Soms kan het niet anders, dan moet ik wel, maar het liefst lees ik een boek zonder spanning. Dat is pas genieten. Niet die afleiding maar het boek en het verhaal zelf. Hoe saaier hoe mooier.

Dat zelfs ik soms een spannend boek lees, zou ik het liefste niet willen zeggen. Ik las Dan Brown, waagde mij aan het eerste deel van de 50 tinten-serie en las Arjen Lubachs IV. Stuk voor stuk boeken waar de spanning vanaf druipt. Ik vond het bij allemaal zonde dat ik ze las. Mijn kostbare tijd geven voor een verhaal dat alleen maar de lucht van de spanning laat leeglopen. Nee, het is niet aan mij besteed.

Daar had ik vroeger geen last van. De zeemansverhalen van K. Norel en oorlogsverhalen van Snuf de Hond. Overal zat een enorme hoeveelheid spannende lading. Die boeken kon ik niet wegleggen. Ik wilde weten hoe het afliep. Al was mijn eerste ervaring van Snuf de Hond anders. Ik vond het maar niks en ruilde het boek bij de boekwinkel in voor een Kameleon.

In het programma Man bijt hond liep een verslaggever over het strand en informeerde mensen wat ze lazen. Daar zat een vrouw met een e-reader op schoot in een strandtent. Eigenlijk stoorde de verslaggever haar. Ze was op de laatste bladzijde aanbeland van het boek en wilde zo snel mogelijk weten hoe het afliep. Ze las een stukje voor, maar het ging niet van harte. Ze dook weer snel verder in haar verhaal.

Wat later keerde de verslaggever nog even terug. ‘Mag ik weten hoe het afliep?’ vroeg hij. ‘Hij leeft nog’, zei ze opgelucht. ‘Ja, daar was ik zo benieuwd naar. Het leek of hij dood zou gaan en niemand dacht dat hij het zou halen. Maar hij heeft het gehaald.’ De opluchting maakte al die uren van spanning in een klap goed.

Deze blog is mijn reactie op vraag 16 van Petepels #50books. Elke zondag lanceert Peter Pellenaars een vraag over boeken op zijn blog.