image

Als iemand de pot op kan, kan hij het dak op. Je kunt het dak op. Een betere verwensing kan ik niet krijgen. De geheimzinnigheid die van het dak uitgaat. Je komt er niet zomaar op, moet kronkelpaadjes en hoogtevrees overwinnen. Maar als je er dan staat. Boven de huizen uit. De dakpannen om je heen en het waait er altijd. De bries en het idee boven de huizen uit te stijgen.

Ik tuur thuis ook regelmatig uit het dakraampje. In mijn studeerkamer ga ik op mijn bureau staan en tuur uit het hoge raampje. Als ik wat meer wil zien, moet ik een krukje op mijn bureau zetten en daar dan op gaan staan. Dan kijk ik naar buiten, bijna over de bomen heen. In de verte zie ik de rest van de stad. Prachtig.

Of de keer dat ik op het dak van de VU mocht staan. Normaal mag je daar niet zomaar staan. Het schijnt dat in het verleden regelmatig mensen gingen staan die levensmoe waren. Ze bleven niet alleen staan. Iemand als Herman Brood maakte ook zo een eind aan zijn leven. Hij liep het Hilton binnen en ging naar het dak.

Ik vond het geweldig op het dak van de VU. Wat een prachtig uitzicht over Amsterdam in de verte zag je de stad aan je voeten liggen. Het Paleis op de Dam en het Rijksmuseum. Onder ons krioelde de wereld als mieren bij een mierenhoop. Het getingel van de tram klonk heel anders dan beneden. Net als al het andere stadslawaai.

Met jaloerse blik keek ik naar een kauwtje die iets lager landde op een punt van de grote Griffioen die op het hoofdgebouw van de VU staat. We waren even in zijn domein. Net als bij die kerkrestauratie in Hengelo waar ik op wankele steigers achter de opzichter aanliep. De dakpannen van de kerk kon ik aanraken. Wat een hoogte en wat een andere wereld. Hoe de wereld verandert als je enkele tientallen meters hoger staat.

Ik ben misschien daarom gek op zolders en vlieringen. Boven in de nok van het gebouw. Zelfs al is het mijn eigen huis. Als de regen dan tikt op het dakraampje, weet ik dat ik gelukkig een dak boven mijn hoofd heb. Alleen een paar dakpannen scheiden mij van de buitenwereld. Genoeg om het hoofd droog te houden. Maar toch ook een stukje dichterbij de wolkenhemel.