image

Net als ik Pausin Johanna gelezen heb, verschijnt de historische roman De afvallige van Jan van Aken. Er zijn ontzettend veel elementen aan te wijzen in de roman van Emmanuel Rhoïdis die aan de Nederlandse romancier doen denken. Alleen zou Jan van Aken veel meer drank en wellust in zijn verhaal gegoten hebben.

In het vierde en laatste deel van de historische roman bereikt Johanna haar einddoel: ze wordt tot paus gekozen op het plenaire stadsplein en houdt aansluitend haar proclammatie op de mestvaalt. Ze ordineert vervolgens in haar ambtstermijn 14 pausen, richt 5 kerken op, voegt een dogma toe aan het credo en schrijft 3 boeken.

Daarnaast knipt ze de haren af van Keizer Lotharus en kroont zijn opvolger Lodewijk tot keizer. Allemaal heldendaden die de voorstanders met bewondering over haar schrijven. De tegenstanders zetten deze daden liever op naam van een opvolger of voorganger, of laten het in het geheel weg, schrijft de verteller in Pausin Johanna.

Maar het kwaad loert op en wenkt naar Johanna:

Hoge posities in de maatschappij lijken op bergen die vanuit de verte zo harmonisch van structuur en verkwikkend van aanzicht zijn, nu eens gehuld in een maagdelijk gewaad van witte wolken, dan weer door hun teint de handelaars aan goud herinnerd en de eerzuchtigen aan purper. Maar zodra iemand de top beklimt, wordt hij omringd door distels, doornen en wilde beesten en in Attika zelfs door struikrovers. Iets dergelijks bemerkte nu ook onze heldin op de troon van Sint Petrus. (166/167)

Ze wordt omringd door ‘secretarissen, stroopsmeerders, hofslaven en meer van dat soort vraatzuchtige bedelaars’. Ze omsingelen haar troon ‘als de raven het aas’. De intriges die Paus Benedictus XVI dwongen om af te treden, zijn waarschijnlijk net zo oud als dat er pausen bestaan. Maar Pausin Johanna valt niet zozeer door de intriges alswel gaat ze ten onder aan de wellust.

Ze heeft er genoeg van om altijd haar voeten uit te strekken voor een kus van haar dienaars. Ze begint te walgen van haar positie en verlangt naar de oude tijd met haar vriend Frumentius. Ze wil zijn kussen op haar mond en niet meer de lippen van al die mensen die op haar voeten drukken. De reuk van de wierook vindt ze verschrikkelijk, net als kok op een bepaald moment walgen van de geur van kwartels.

Inderdaad gaat het mis en tot overmaat van ramp raakt ze ook nog zwanger. Het hoogtepunt van het verhaal komt bij de processie waarbij ze bevalt van een kind. Een verhaal dat onderdeel uitmaakt van de legende rond de vrouwelijke paus. Een verhaal dat ook graag werd opgedist door protestanten om de verderfelijkheid en huichelarij van het rooms-katholieke geloof aan de kaak te stellen.

Het verhaal is op een prachtige manier vormgegeven door de Griekse schrijver Emmanuel Rhoïdus. Het doet denken aan de wereld die Jan van Aken zo prachtig beschrijft in zijn historische romans. Je zou wensen dat Jan van Aken zich ooit aan dit onderwerp waagt of zijdelings aan de orde brengt. Ongetwijfeld zou er dan nog een flinke scheut drank en avontuur zijn toegevoegd.

Daar staat tegenover dat de vergelijkingen van Rhoïdus met de vertaling van Gerrit Komrij niet te evenaren zijn. Ze passen daarmee in de absurde wereld van het verhaal dat helemaal niet zo gebeurd hoeft te zijn, maar zo levensecht verteld is dat het best zo gebeurd zo kunnen zijn.