image

De ochtendzon maakte lange schaduwen van de huizen aan de gracht. Ze had het zeil losgemaakt dat over het bootje lag. De twee raampjes aan de voorzijde wezen al de goede kant op. Ze zat klaar voor vertrek. Startte de motor en liet de schroef in het water zakken. De schroef maakte contact met het water. Gelukkig had ze de hendel bij het stuur nog niet naar voren gedaan. Anders was ze nu weggesjeesd, wist ze.

Voorzichtig liet ze de hendel zakken. De motor bromde niet meer zo agressief maar liet een zacht en tevreden gepruttel horen. Ze haalde het laatste stukje van het zeil weg en legde het in het kastje naast de bestuurdersstoel. Het bootje schommelde, maar was nog niet klaar voor vertrek. Eerst nog de touwen los. Ze probeerde de ingewikkelde knoop te ontwarren. Ze kreeg het stuk touw los, maar daarvoor in de plaats veroorzaakte ze een nieuwe knoop.

Het bootje schommelde hevig en draaide in de gracht. De boot dreef door de reep zon die tussen de schaduw van de huizen op het water van de gracht viel. Snel zocht ze de plek op de stoel. Het bootje draaide verder in de tegengestelde richting die ze varen wilde. De motor bleef zachtjes pruttelen. Ze trok voorzichtig aan de hendel. Hij ging in zijn achteruit, draaide wild aan het stuur om de vaarrichting weer goed te krijgen.

Het ging allemaal best goed. Ze merkte hoe het bootje de goede kant op wees. Het schommelde nog wel een beetje, maar ze trok de hendel en stand verder. De motor pruttelde tevreden. Het bootje dobberde langzaam vooruit door de gracht. Hier niet te hard varen, had haar vader de vorige keer gezegd. Toen ging hij nog mee. Nu was ze alleen. Ze was de eerste geweest vanmorgen. Niemand had iets gemerkt.

Daar pruttelde het bootje door de gracht voor haar huis. De buurman met zijn honden liep voorbij. De honden kwispelden in haar richting. Ze keek even naar de buurman en glimlachte naar hem. Snel moest ze zich weer omdraaien. Goed letten op de gracht. Voorbij de speedboot een paar huizen verder. De boot voer traag door de gracht. Uitkijken voor de waterplanten. Gelukkig dreef de boot hoog. Alleen aan haar kant zakte het bootje een beetje naar beneden.

Hij liep op het bruggetje en keek haar weer aan. Ze keek omhoog, maar gelijk weer naar voren. Onder het bruggetje door ging het bootje. Voorbij het open veld dobberde haar bootje. Ze ging een stand hoger. Hij voer wat sneller door het water. Ze haalde de buurman en zijn honden in. Daar kwam de kruising in zicht met de bredere gracht. De hoofdvaarroute naar de grote plas of de andere kant op in de richting van het park.

Ze ging even rechtop staan om te zien of er verkeer kwam. Waarschijnlijk niet, maar je wist maar nooit. De boot deinde heen en weer. Ze keek snel naar links en naar rechts. Ze bleef staan, maar zette de motor alvast een stand hoger. De boot schoot vooruit en ging sneller en sneller.

Ze wist waar ze heen wilde en liet haar buurman achter zich. Net als dat het water van de brede gracht zo mooi spleet en een spoor van stilstaand water achterliet. Het water stond stil omdat voor en langs haar de golven wegrolden naar de waterkant. Klaar voor een mooie tocht op deze voorjaarsochtend.

Lees het vervolg: Buitenboordmotor