image

De oude Patagonië-Expres zit boordevol met verhalen die Paul Theroux onderweg opdoet. Het is daarmee een veel evenwichtiger boek dan bijvoorbeeld De grote spoorwegcarrousel. Ik vind het verhaal onderweg met ene meneer Thornberry werkelijk geweldig. Het overkomt hem in Costa Rica.

Paul Theroux zit in de trein van San José naar Limón naast Luis Alvarado. De Costaricaan vraagt hem waarom hij niet met de andere Amerikaan in de wagon praat. Daar heeft Paul niet zo’n behoefte aan. Hij geniet liever van de treinreis dan in gesprek te zijn met een landgenoot. Hij is juist San José ontvlucht vanwege de vele Amerikanen die hij daar tegen het lijf liep.

Paul Theroux wil alleen reizen. Hij wil de dingen niet zien met andermans ogen:

‘Als ze je iets aanwijzen dat je al hebt gezien, besef je dat je eigen waarnemingen nogal voor de hand liggen; als ze iets aanwijzen dat je niet had gezien, voel je je belazerd, en je belazert de boel nog meer wanneer je later als een eigen observatie opneemt. In beide gevallen is gezelschap ergerlijk. O kijk eens, het regent is even erg als De Corsicanen hebben een eigen lengte-eenheid – de vara. (187)

Ga jij maar met hem praten, zegt Paul tegen Luis. Misschien leert hij je wel Engels. Luis heeft een andere mening. Hij gaat naar de Amerikaan en attendeert hem op zijn landgenoot Paul. De oude man gaat op de plaats van Luis zitten en zegt: ‘Tjonge wat ben ik even blij u te ontmoeten!’

Daar zit Paul Theroux de rest van de nog zes uur durende reis naar Limón met meneer Thornberry opgescheept. Meneer Thornberry is zijn reisgezelschap kwijtgeraakt en ziet Paul Theroux als een aangenaam alternatief. Zijn landgenoot is schilder en reist van een flinke erfenis de hele wereld over.

Stream of consciousness

Alles wat de heer Thornberry ziet, noemt hij op. Zoals de pijpleiding die regelmatig opduikt en waar hij Paul Theroux steeds op wijst zodra deze verschijnt.

‘Het was de ‘stream of consciousness’ als bij James Joyce. Meneer Thornberry was een minder dubbelzinnige Leopold Bloom, ik een weerstrevende Stephan Dedalus. Meneer Thornberry was eenenzeventig. Hij woonde alleen, zei hij; hij kookte voor zichzelf. Hij schilderde. Misschien was dat de verklaring. Dat eenzame bestaan had hem geleerd in zichzelf te praten: hij dacht hardop. En hij was jaren alleen.’ (193)

Na de vraag – ter afleiding – of hij dan nooit hertrouwt is na zijn eerste vrouw, krijgt Paul Theroux het verhaal te horen van de verpleegster die met hem wilde trouwen. Meneer Thornberry was heel ziek geweest en werd verpleegd. Hij trouwde met haar omdat hij met haar naar bed wilde. Maar dat mocht na het huwelijk nog steeds niet. Bij terugkeer van de niet geconsumeerde huwelijksreis, wilde ze van hem scheiden en een flinke alimentatie ontvangen. Ze had gehoord dat hij een flinke erfenis had gehad. Met haar vriend wilde ze daar wel even van profiteren. Daarna deed hij haar een proces aan, wegens bedrog. Hij wint het.

Maar de treinreis gaat verder na dit verhaal:

‘Bijna zonder onderbreking zei hij: ‘Palmen,’ toen ‘Varken,’ ‘Hek,’ ‘Hout,’ ‘Nog meer van die winde – op Capri zie je die ook veel,’ ‘Zwart als schoppenaas’, ‘Amerikaanse auto.’
De uren verstreken; meneer Thornberry praatte zonder ophouden. ‘Biljarttafel,’ ‘Zeker bijstandstrekker,’ ‘Fiets,’ ‘Knap meisje,’ ‘Lantaarns.” (194)

Paul Theroux wil hem wel uit de trein gooien, maar zijn medelijden voor meneer Thornberry weerhoudt hem hiervan. Eindelijk verschijnt daar Limón. Paul Theroux gaat maar eens op zoek naar een hotel. Het aanbod om met meneer Thornberry mee te gaan naar zijn hotel slaat hij af. Hij gaat zelf op zoek en zwerft door het ‘afschuwelijke oord’. Tevergeefs. Hij kan geen hotel vinden. Al zou hij er ook niet graag blijven vanwege al het ongedierte en viezigheid die hij daar aantreft. Hij zwerft door de stad tot hij in hij buurt van het marktplein Thornberry tegen het lijf loopt. ‘Ik heb overal naar u lopen zoeken.’

Logeren

Wat is Paul Theroux blij met zijn gezelschap. Hij mag bij hem op de hotelkamer logeren. Er staan toch drie bedden in de hotelkamer. Om negen uur gaan ze slapen, omdat meneer Thornberry altijd op die tijd naar bed gaat en er is maar één sleutel.

We waren net een ouder echtpaar, we liepen zwijgend heen en weer, trokken zedig onze pyjama’s aan. Meneer Thornberry trok de dekens over zich heen en zuchtte. Ik las een tijdje, toen deed ik het licht uit. Het was nog vroeg, buiten was het nog lawaaiig. Meneer Thornberry zei: ‘Motorfiets.’ ‘Muziek.’ ‘Moet je ze horen kwekken.’ ‘Auto.’ ‘Treinfluit.’ ‘Dat zijn zeker golven.’ ‘Toen viel hij in slaap.’ (199)

Uiteraard gaat het verhaal nog verder. De volgende dag gaat Paul Theroux nog met meneer Thornberry op excursie naar de lagune, op zoek naar papagaaien en apen. Net zo hilarisch. Daar ligt ook de kracht van dit boek. Paul Theroux observeert zijn medereizigers en vooral mede-Amerikanen in prachtige en treffende bewoordingen. Zo ontstaat een reisverhaal zoals een reisverhaal hoort te zijn: de reis is het leidmotief.

Candans

Als de cadans van een trein helpt de treinreis het verhaal vooruit. Onderweg doet Paul Theroux al deze verhalen op die hij integreert in zijn reisverslag. Daarmee beschrijft hij niet alleen wat hij ziet, maar vooral wat hij meemaakt en alle verhalen die hij hoort.

Ook aan het verblijf in Limón komt een eind. Als hij op een ochtend ‘een enorme zwarte man’ op hem afkomt en zegt dat hij de zoon van God is, vindt Paul Theroux het genoeg. Hij wil terug naar San José. Meneer Thornberry wil ook graag weg, maar het vliegtuig zit vol, de bus gaat pas ‘s avonds en de trein is al vertrokken. Dan nemen we toch een taxi? Stelt Paul Theroux voor. Daar had meneer Thornberry nog niet aan gedacht. En zo reizen ze terug naar San José.

[Meneer Thornberry] keek uit het raampje en kneep zijn ogen dicht. ‘Hut,’ zei hij. ‘Varken.’ ‘Koe.’ ‘Bananen.’ In de buurt van San José werd hij opgewonden. ‘Kijk,’ zei hij, ‘daar heb je onze pijpleiding.’ (203)

Meer lezen

Lees mijn andere blogs over De Oude Patagonië-expres van Paul Theroux: