image

Mijn ongelezen Flaubert.

In vroeger tijden hield ik mij in leven met het niet lezen van boeken, maar er wel over praten. Soms was het een halve waarheid. Dan had ik alleen het eerste hoofdstuk gelezen of een klein deel. Het boek terzijde gelegd of nog vluchtig doorgebladerd. Van andere boeken wordt vooral veel verteld.

Zeker als je studies doet als Nederlands en literatuurwetenschap. Tijdens mijn studie heb ik verschrikkelijk veel boeken gelezen, maar net zoveel boeken niet gelezen. De kunst is het dan een boek niet te lezen en er toch genoeg over te weten om het tentamen te halen.

Daar had ik al ervaring mee. Bij de éénjarige Havo had ik alles gelezen, maar bij het éénjarig VWO vertilde ik mij een beetje. In mijn overmoed had ik een groot deel van mijn boekenlijsten veranderd ten opzicht van een jaar eerder. Bij het mondeling tentamen kwam aan het licht dat ik een paar boeken niet had gelezen, terwijl ze wel op de lijst stonden.

Ik kon mij er nauwelijks uitpraten. Maar De grauwe vogels van Arthur van Schendel had ik niet gelezen, net als Het vijfde zegel van Simon Vestdijk. Ik viel stil bij deze boeken, want ik wist er niks over te zeggen. Te praten over de boeken die ik wel gelezen had, werkte niet. Ik haalde een 5 tot mijn grote verdriet voor het examen. Het is bij dit incident gebleven, daarna wist ik zoveel van de boeken die ik niet gelezen had, dat ik ze eigenlijk gewoon gelezen had.

In de kroeg vond ik regelmatig gelijkgestemden. Heerlijk praten over literatuur. Zo kreeg ik mijn informatie over boeken die ik niet gelezen had of boeken die ik moest lezen. Ik sprak een keer met de schrijver Abdelkader Benali in de Leidse kroeg ‘De blauwe engel’ over Madame Bovary van Gustav Flaubert.

We hadden allebei het boek niet gelezen, maar hielden voor elkaar de indruk overeind dat we het boek van de Franse naturalist van buiten kende. Ik wierp alleen maar wat brokjes in de lucht en de schrijver hapte gretig. ‘Wat een geweldig boek is dat’, zei de schrijver. Ik wist dat er in het boek een langdradige scène in een rijtuig was.

Ik was er ooit aan begonnen, maar kon er niet doorkomen. Het moest het hoogtepunt van het boek zijn. Daarom wierp ik het brokje maar in de lucht. ‘Vooral die scene in het rijtuig’, zei ik. ‘Ja’, riep Abdelkader. ‘Die scène in het rijtuig. Je weet gewoon dat ze met zichzelf aan het spelen is, maar hoe Flaubert dat verhult. Ongelooflijk.’ Mijn avond kon niet meer stuk.

Nu doe ik het niet meer, liegen over een boek dat ik niet gelezen heb. Ik merk dat het veel sterker is te zeggen dat je iets niet gelezen hebt. Je maakt dan een statement.