image

Gewoon een woensdag en ik lees een oude blog van hem. Brullen. Eigenlijk zou ik hem willen vertellen waarom maar ik doe het niet. In plaats daarvan post ik de klaargezette blog. Ook mooi, maar het dekt niet het gevoel dat ik heb.

Ik twitter:

Hij reageert onmiddellijk:

 

Misschien moet ik een popmeditatie schrijven. Het begin is er. Op zijn reactie komen vrijwel meteen weer reacties. Ja, doen. Ik weet het niet. Veel werk. En ik duik diep in dingen. Heel diep. Zo ben ik de laatste tijd heel intensief met hem en ons gesprek bezig.

Nee, in plaats daarvan stuur ik een tweet over muziek die al tweeënhalve week klaarligt. Ik voel me een lul en zou nog altijd dat andere willen zeggen. De blog ligt notabene klaar, maar waar ik twijfel.

Reflectie

Meer dan een week weer veel met hem bezig. Ik weet het, het hoort bij mij. Ik moet een nieuwe weg inslaan. Het is niet mijn keuze. Dat kan ik niet accepteren. Alles wordt een chaos. Niet in de laatste plaats in mijn hoofd. Alles slaat wild om zich heen. Als een schip in storm probeer je koers te houden, de hoge golven te omzeilen en verder redden wat er te redden valt.

Je verlangt naar rustige golven, de duidelijkheid. Maar het is allemaal onduidelijk en lijkt soms teveel te worden. Ik denk aan ons gesprek. Een ontmoeting met iemand die ik alleen van het scherm ken. Volledig authentiek, maar ik begrijp hem vaak niet. Eerlijk, open en bloot. Hij zoekt mij, hij zoekt contact, maar ik beantwoord zijn vragen niet. Zou zo graag degene willen zijn die hij zoekt, maar twijfel. Aan mijzelf.

Het is onduidelijk: wat wil hij? Kan ik in zijn team komen? Of zitten we hier gezellig over koetjes en kalfjes te praten? Ik droom ervan voor hem te werken, zijn team extra glans te geven met al mijn tekortkomingen. Hij wil dat ik uit mijn schulp kruip, terwijl ik me op zulke momenten juist alleen maar in mijn schulp wil terugtrekken.

Ook omdat ik weer bezig ben mijzelf te ontdekken en te kennen. Een proces waar je ongetwijfeld een leven lang mee bezig bent. En dat ergens ook moet passen bij dat andere. Andere mensen die vinden dat je weg moet. Omdat een contract een ander label moet krijgen en daar willen ze niet aan. Je mag gaan.

Ik ben niet zo van het open en bloot. Moet er eerst over nadenken, terughalen en weer neerzetten. Weer van plaats halen, herschikken tot het een definitieve plek heeft en vergeten mag worden. En dan kan het in een heel andere context weer terugkomen. Als een boemerang waarvan je dacht dat hij weg was en niet meer terug zou komen. Maar dan raakt hij je vol op het achterhoofd.

Zo denk ik alweer een week over ons gesprek. De andere werkwijze. Het anders zijn. Ik wil het ergens in een boeiend betoog verstoppen. Of gewoon over het boek hebben dat ik gelezen heb. Over dat andere, waar ik door beheerst word, schrijf ik liever niet. Dat gaat over mijzelf en dat is moeilijk. Ik snap mijzelf vaak niet, hoe kan ik dat dan aan anderen uitleggen.

Hij denkt dat de reflectieblog goed is. Ik denk dat het alleen maar verwarring oplevert. De storm gaat er niet van liggen, maar wakkert juist aan. Nieuwe meningen en opvattingen doorkruisen dan de koers die ik heb ingezet naar rustiger vaarwater. Het brengt mij juist van de koers af en brengt mij terug in de storm. Ik raak dan nog meer de controle kwijt.

Het gesprek komt terug. De boemerang. Ik lees over de worstelingen van elke dag bloggen. Een paar medebloggers komt er niet uit. Stoppen of doorgaan? Ik lees hun ervaringen en strubbelingen. Voor mij is het juist moeilijk – zo niet onmogelijk – niet elke dag te bloggen. Hoe ziek ik ook ben. Het moet. Het is onderdeel van een patroon om de wereld te vatten en te gieten in een verhaaltje of een gedicht. Elke dag. Soms is het druk, dan pers ik met moeite een blog eruit. Andere keren schieten er zo een paar tegelijk uit mijn mouw.

Ik hoor weer zijn woorden over elke dag bloggen: ‘Ik weet precies waar het misging’. Dan ga ik het opzoeken en vind de plek. Hij raakt oververhit van elke dag bloggen, zegt hij. Terwijl ik denk dat er veel andere dingen spelen. Ik speur naar de laatste blog. Wanneer was het ook alweer?

Hij heeft het 40 dagen uitgehouden tot die woorden kwamen: ‘Ik stop ermee. Voorlopig. Vandaag. Morgen. Overmorgen. Ik weet het niet. Mentaal door het ijs gezakt vandaag. Bloggen is niet leuk meer. Even niet.’

Dat hoofd is bij mij juist oververhit door de indrukken van de dag. Het bloggen gebruik ik om af te koelen. Te ordenen en mijzelf een spiegel voor te houden. Bloggen om te spiegelen en te overleven. Bij hem wakkert het vuur juist aan als je erop blaast.

Dan speur ik verder op zoek naar de dag voor het moment. Ik lees het, kan het er niet uithalen. Het is iets anders, vind ik. Dan klik onderaan de blog naar het verhaal over zijn zoon. Zou dat niet de reden zijn? Een verhaal dat ik al een paar keer gelezen heb. Steeds op andere momenten. Nu is het anders. Als ik bij de laatste regel kom, moet ik janken. Ik weet waarom. Hij ook, want ik heb hem over mijzelf verteld.

Ik wil twitteren: ‘@stevengort Zitten brullen bij je verhaal over Tom’. Maar ik doe het niet.