image

Schrijf naast de dingen die je energie kosten en die je energie opleveren, ook eens op waar je dankbaar voor bent. Probeer elke dag één ding op te schrijven waar je dankbaar voor bent. Hij schreef het keurig op in het schriftje en liep ermee onder zijn arm mee naar huis.

Dankbaar. Het woord dankbaar roept associaties op met het geboortekaartje: ‘met vreugde en dankbaarheid geven wij kennis van de geboorte van onze dochter’. De puber die niet luistert. De ouder die terugroept: ‘je zou ons dankbaar moeten zijn. Ondankbare hond.’

De God waar je dankbaar moet zijn. ‘O Heer, wij danken U van harte voor nooddruft en overvloed; daar menig mens eet brood der smarte, hebt Gij ons mild en wèl gevoed. Doch geef, dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleev’, maar alles doe, wat Gij gebiedt, en eind’lijk eeuwig bij U leev’!’ Oftewel: als je niet gehoorzaamt, ben je ondankbaar.

Het lukte hem niet om iets dankbaars op te schrijven. Hij moest teveel denken aan de dingen die hem opgelegd werden. Het danken voor het eten. Het bedanken voor het rapportgeld. De dankdag. In de dankbaarheid schuilt iets van afhankelijkheid. Je hebt iets aan iemand of iets te danken en daar moet je dankbaar voor zijn.

Hij vertelde het een week later bij de volgende afspraak. Waarom het vel papier leeg was gebleven. Het deed hem teveel denken aan niet luisteren. Als je gehoorzaamde, was je dankbaar. Anders niet. ‘Je mag ook opschrijven waar je gelukkig van wordt’, zei ze geruststellend. Hij schreef het netjes bovenaan het papier. Dankbaar liep hij naar buiten met het schriftje onder zijn arm.