image

In De grote spoorwegcarrousel stapt meneer Duffill in Domodossala uit de Oriënt-expres. Hij wil op het station een broodje kopen. Hij is nog maar net weg of de trein rijdt met zijn bagage weg. Zijn bagage – ‘pakken in bruin papier’ – laat Paul Theroux in Venetië achter bij de ‘controllare’.

Vanaf dat moment is ‘ik wil niet ge-duffill-d worden’ een uitdrukking geworden om aan te geven dat je uit moet kijken de trein te verlaten. Soms lijkt het of de trein aan het rangeren is, maar dan vertrekt hij. Zonder jou en je bagage. Het is een grappig draadje in het eerste treinboek van Paul Theroux. Hij herhaalt het regelmatig. Soms meer dan lief is.

In Het drijvende koninkrijk gaat Paul Theroux op zoek naar zijn oude reismaat. Als hij in Barrow-upon-Humber aankomt, gaat hij op zoek naar zijn oude reisgenoot. Hij wil graag weten wat er van de man is terechtgekomen. En vooral: of hij zijn bagage weer gekregen heeft. De treinstakingen kwellen hem bij het deel van de reis langs de oostkust van Engeland. Meer dan een week staakt het treinpersoneel. Van de vermeende tien procent van de treinen die zouden rijden volgens de kranten, ziet Paul Theroux er niet één rijden.

Hij komt na slingerende busreizen terecht in Barrow. Op de winkel met ijzerwaren prijkt een bord met de naam van Duffill. Daar hangt op de deur een briefje dat de eigenaar met vakantie is. Paul Theroux slaat flink wat verwensingen uit. Een voorbijgangster hoort het en vraagt wat er aan de hand is. Hij zoekt Duffill. ‘Waar is hij deze keer naar toe?’ vraagt hij de vrouw. ‘Niet naar Istanboel, hoop ik.’ Hij zoekt Richard Duffill, ontdekt de vrouw. ‘Ze bracht haar hand naar haar gezicht, en voordat ze iets zei, wist ik dat hij dood was.’ (337)

Dan volgt de biografie van de man die even oud was geweest als de eeuw ‘drieënzeventig in het jaar dat hij in Domodossola uit de Oriënt-Expres was gestapt.’ De Brit had een avontuurlijk leven geleid, waarin een aantal raadselachtige hiaten vielen. Zoals in de Tweede Wereldoorlog. Niemand wist waar hij gedurende deze periode had uitgehangen. Volgens een vriend was Duffill de ideale geheime agent.

Uiteindelijk had Duffill Istanboel bereikt. Zijn bagage bereikte hem al eerder onderweg in Venetië. De bruine pakken die Paul Theroux had ingeleverd waren weer goed terechtgekomen. Duffill’s hele familie had het boek gelezen waarin hun familielid voorkwam, maar de oude heer zelf was er niet aan toegekomen. Op Paul Theroux had de reiziger een fragiele indruk gemaakt, maar nu ontdekte hij met wat voor een ongewone man hij in de trein had gezeten.

‘Ik had hem niet gekend, maar hoe meer ik over hem ontdekte, des te meer miste ik hem. Het zou een voorrecht zijn geweest hem persoonlijk te kenne, maar zelfs als we vrienden waren geworden, zou hij nooit hebben bevestigd wat mijn sterke vermoeden was – dat hij vrijwel zeker een spion was geweest.’ (340)

Meer lezen

Dit is het vierde en laatste deel in een reeks blogs over Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux. Lees ook de andere bijdragen: