image

Het gebruik van een pseudoniem heeft vaak een achterliggende reden. Het lijkt nog het meest op schaamte of het vermijden dat bekenden de persoon en het werk door elkaar gaan halen. Een pseudoniem wordt vaak gehanteerd door schrijvende advocaten, diplomaten en directeuren. Ze willen voorkomen dat hun brood vermalen wordt tot kruimels als hun bazen of opdrachtgevers ontdekken dat ze eigenlijk schrijven.

Over het algemeen weet iedereen het wel. F. Springer is Carel Schneider, achter Nescio verstopt Jan Hendrik Frederik Grönloh en Multatuli heet eigenlijk Eduard Douwes Dekker. In sommige gevallen is het lang onduidelijk geweest wie er eigenlijk achter het pseudoniem verstopt zat, zoals bij Nescio. Bij hem kwam pas na het overlijden aan het licht dat Nescio bij leven een handelsman en directeur was die uit liefde en idealisme schreef.

De echte pseudoniemen blijven voor altijd onbekend. Daar zijn ook geen voorbeelden voor te geven, anders zouden ze bekend worden. Op internet kun je betrekkelijk gemakkelijk een verborgen leven leiden onder een andere naam. Veel schrijfsels zijn daar van een pseudoniem voorzien. Het zijn niet de beste verhalen dus dat is ook niet erg.

In mijn studententijd verborg ik mij bij een verhaal achter het pseudoniem Hein Roosman. Ik vond het verhaal dat ik geschreven had te persoonlijk. Het heette ‘Een aanmerkelijk treinreis’ en was een verhaal waarin ik een verloren liefde probeerde te verwerken. Ik had niet de behoefte aan de grote klok te hangen dat het verhaal van mij was. Het verhaal dat in de NNP-Almanak van 1998 een plekje kreeg leverde geen enkele reactie op. Ik vraag mij af of iemand het gelezen heeft.

Ook deed ik een keer mee aan een wedstrijd voor schrijvers van Marokkaanse en Arabische afkomst. Als Mustapha Ghorbani schreef ik een inzending voor deze literatuurprijs. Het gedicht over een raaf met allochtone smart was niet veel bijzonders. De El Hizjra-literatuurprijs bleef mij zo bespaard. Wel kon ik er stoere verhalen over vertellen bij medestudenten. Zo heeft dat pseudoniem toch nog een aardig leven gehad.