image

Van de boeken van Maarten ‘t Hart ging eens het gerucht dat er meer gesigneerde boeken in omloop zouden zijn dan ongesigneerde exemplaren. Als Paul Theroux in De gelukkige eilanden naar Australië gaat voor interviews en signeersessies, komt die oneindige rij van mensen voorbij.

‘Het is onmogelijk te voorspellen wat voor ontwijkende en nerveuze dingen er gezegd zullen worden door de lezers die zich voor je tafeltje verdringen.’

Dan volgt een opsomming in cursieve letters: ‘Ik dacht dat u langer was, zeggen ze. Ik dacht dat u jonger was. Wanneer hebt u uw baard afgeschoren. Of: Mijn man en ik gaan volgende maand naar India – kunt u een betaalbaar hotel in Darjeeling aanbevelen? Of: U zou met een tekstverwerker moeten werken, of: U bent de lievelingsschrijver van mijn moeder – wilt u op haar verjaardagsfeestje komen? Dat is aanstaande dinsdag.

Boudewijn Büch

Bij de introductieweek van de universiteit in mijn jaar, kwam Boudewijn Büch bij studentenvereniging Minerva langs. Ik ging met Wouter naar het tafeltje toe. We schoven aan in de rij belangstellenden na afloop van het praatje dat Büch hield over studeren in Leiden.

Ik weet niet meer of hij daarin nog wat vertelde over zijn (verzonnen) studententijd. Toen wij aan de beurt waren, grapte ik dat ik zijn handtekening niet hoefde. ‘Die heb ik toch al van je televisiespotje.’ Boudewijn Büch begreep het niet. ‘Nou aan het einde van een klimaatspotje zet u uw handtekening’, legde ik uit.

Hij vond mijn opmerking maar bijdehand. ‘Man, dat is jaren geleden’, verzuchtte hij. Het Postbus51-spotje voor een betere wereld waarin bekende Nederlanders hun voorliefde voor het milieu uitspraken, draaide nog regelmatig in de sterspotjes mee. Hij keek al snel naar het einde van de rij om via de achteruitgang het pand uit te vluchten.

Maarten ‘t Hart

Maarten ‘t Hart schrijft in Dienstreizen van een thuisblijver over een signeersessie bij boekhandel Van der Galie in Utrecht. Een grote bewonderaarster met lange nagels. Ze wacht hem buiten op om met hem langs een dierenwinkel te lopen met een vogelspin waar ze bang voor is.

Ze klautert met haar scherpe nagels bijna in de schrijver. En besluiten om even bij te komen op een terrasje. Als ze vraagt of hij iets voorin haar boek wil schrijven, laat ze hem een boek van J.M.A. Biesheuvel zien. Hij krabbelt de handtekening van zijn naam- en stadgenoot: ‘want ik weet precies hoe de handtekening van Maarten Biesheuvel eruit ziet’.

Dan ontdekt de dame met de lange nagles dat niet Maarten Biesheuvel bij haar zit, maar Maarten ‘t Hart. Precies de schrijver waar ze zo’n hekel aan heeft, ‘van dat schofterige boekje De vrouw bestaat niet, getverdemme’. Hij krijgt een glas rode spa in zijn gezicht geworpen, waarna ze wegbeent in de richting van de vogelspin.