image

In een vakantie alleen in het huis van mijn ouders bekeek ik eens de film Dokter Pulder zaait papavers. Een verhaal over een dokter in een ingeslapen stadje die bezoek krijgt van een oude studiegenoot. Deze bekende neuroloog prijst hem de hemel in. Onderwijl vertelt Pulder over zijn praktijk en laat de apotheek zien, compleet met geheime sluiting. Ze drinken er flink op los en de neuroloog blijft slapen. Als Pulder de volgende morgen wakker wordt, is de neuroloog verdwenen en zijn apotheek leeggeroofd.

De neuroloog blijkt al jaren drugsverslaafd te zijn. Daarna raakt de huisarts geïntrigeerd door de neuroloog. Als zijn oude studiegenoot sterft aan een overdosis, zoekt hij contact met zijn minnares. Langzaam zakt de huisarts van het ingeslapen stadje weg in het verval. Hij verwaarloosd zijn praktijk en wordt meegenomen in de drank.

Ik heb de film van Bert Haanstra nooit meer gezien. Hij staat nog ergens op een videoband en ik zag dat hij laatst op nostalgienet draaide. Wel intrigeerde mij het verhaal. Ik wilde eens het boek lezen waarop de film geïnspireerd is: De nagel achter het behang van Anton Koolhaas. Ik kon het boek moeilijk vinden, ook omdat ik de titel steeds vergat, maar uiteindelijk vond ik het in de kringloop van Weesp.

De novelle van Anton Koolhaas leest als een trein. Al telt het boek 146 bladzijden, de grote letters en brede bladspiegel maken het boek tot een novelle. Het begin van deze novelle opent hetzelfde als de film en volgt hier de film naadloos. Wel bevat het – in mijn ogen – een hinderlijke perspectiefwisseling. Dat is op het moment dat Hans van Inge Liedaerd de morfine uit het medicijnkastje steelt.

Het boek laat veel minder de verloedering toe in het leven van de huisarts Kees Pulder. De film slaat hier helemaal in door. Zo komt bij Koolhaas geen papaver in het verhaal voor. Dat legendarische waarmee de film begint en eindigt, maakt de film tot een ander verhaal. In de film is veel meer oog voor het dramatische, net als voor de ontwikkeling van het verhaal.

De ontwikkeling van de karakters verschuift in de film wat meer naar de achtergrond. Van een grote inkeer in de hoofdpersoon is in de film veel minder sprake. In de film wordt hij veel meer meegenomen in het verval van Mies, de ex-minnares van de neuroloog die aan drank verslaafd is. Het boek bevat een veel oppervlakkiger relatie tussen Mies en de huisarts.

De novelle benadrukt veel sterker een andere verhaallijn, die van de zoon van de huisarts en de dochter van de neuroloog. Zij gaan een relatie aan op basis van de muis Isidoor. Dat verwijst naar het gekrabbel van de muizennageltjes achter het behang. Die lijn zit al in het begin van het boek als de huisarts boven in zijn kamer ligt en de neuroloog in de logeerkamer beneden. Het gekrabbel van de muis verbindt hen.

Die verhaallijnen lopen parallel en kruisen elkaar af en toe. De dokter verliest in de novelle niet zichzelf. Daar is het verhaal misschien te kort voor. Tegelijkertijd ligt het accent van het boek op een ander vlak. De nagel die achter het behang krast, staat symbool voor de dood en het verval. Juist die bewustwording onderscheidt de dokter Pulder van Anton Koolhaas met de dokter Pulder van Bert Haanstra.

Voor mijn gevoel slaat de film beter aan dan het boek. Het verhaal komt tot ongeveer de helft overeen. Dan kiezen beide verhalen een andere richting. De film kiest richting van het verval en het boek verschuift het verhaal naar twee nieuwe personages. In mijn ogen teveel een zwaktebod en daarmee oogst de film meer lof voor het verhaal. Een vreemde gewaarwording hoe een scenario kan helpen het verhaal juist te versterken. Terwijl de meeste lezers het boek verkiezen boven de film.