image

Het tweede boek in de Eilandenreeks Eenzaam is een heel ander boek dan het eerste Eilanden. In Eenzaam schrijft Boudewijn Büch over de eilanden waar hij wel geweest is. Ook worden de eilanden niet afzonderlijk besproken, maar opgenomen in thematische essay’s.

Interessante onderwerpen waarbij hij gelukkig vaak ook andere dingen bespreekt. Zoals het essay over vuurtorens waar Boudewijn Büch veel schrijft over de ander passie van hem: pharofilie. Hij noemt zich naast een nesofiel (eilandenliefhebber), ook een pharofiel (vuurtorenliefhebber). In Eenzaam beschrijft hij in een hoofdstuk zijn hunkering naar vuurtorens. De liefde voor vuurtorens brengt hem op eenzame plekken, vaak een eiland, waar meestal niemand meer woont.

Vuurtorens, afgelegen streken en eilanden – zij leiden een eenzaam, betwist en absurd bestaan in de geschiedenis van de aardbol. Een wereld waarvan ik steeds vaker droom dat ik haar gefantaseerd heb. (223)

Het zijn de verhalen die dit boek tot een interessant boek maken. Ik geniet ervan. Ook al weet ik dat je het met een flinke korrel zout moet nemen. Zou Boudewijn Büch werkelijk op 21 november 1979 in de DC-10 met Zuidpoolnieuwsgierigen hebben gevlogen? Een vlucht later zou het vliegtuig neerstorten en nooit meer vanaf Nieuw-Zeeland over de Zuidpool en de Mt Erebus vliegen. Hij zet het heel dramatisch aan, maar heel veel details vertelt hij niet. De informatie die hij beschrijft komt voornamelijk uit de boeken over de ramp met het vliegtoestel waarvan hij er vijf noemt.

Als je niet gefixeerd bent op de waarheid, is het boek heel interessant om te lezen. Zoals het hoofdstuk over de Chileense expansie en de beelden op Paaseiland. Het levert interessante opmerkingen en belevenissen op. Over de dictator Augusto Pinochet Ugarto die steevast als misdadiger wordt afgeschilderd tegenover de vermoorde Allende:

De heldenvisie op Salvador Allende Gossens is, naar mijn diepste overtuiging, een Europees-Noordamerikaanse constructie. Het presidentschap van Allende Gossens moet bijna twintig jaar na zijn dood als een absolute mislukking worden beschouwd. Daarentegen was het regime van Pinochet Ugarte economische gezien een succes.

De daden van Pinochet keurt Boudewijn Büch wel af, maar ‘de linkse decacentie van Allende Gossens moest het land in 1973 bijna noodzakelijkerwijs in de handen drijven van beroepsmilitairen, een beroepsgroep waar heel Zuid- en Midden-Amerika al sedert eeuwen door vergitigd wordt.’ Daarna merkt hij op dat Pinochet Ugarte een wreedaardige dictator was, ‘maar bij lange na niet de enige Chileense slechterik, zoals we in Europa denken.’

Het zijn interessante constateringen die met eilanden weinig van doen hebben, maar ze helpen wel mee het verhaal over de Chileense expansiedrift te begrijpen. Zoals de verovering van Paaseiland die mede dankzij de Amerikanen tot een redelijk toegankelijke plek op aarde werd. Ze laten er hun vliegtuigen USA-Australië landen voor een tussenstop. De passagiers krijgen in de twee uur dat het vliegtuig stilstaat een snelle rondleiding naar de dichtstbijzijnde beelden.

Natuurlijk zijn het details, want Boudewijn Büch schrijft veel bevlogener of Roggeveen die er als eerste lande. Of over het eiland van Robinson Crusoe. De romanfiguur die elke eilandliefhebber heeft getriggerd: helemaal alleen op een onbewoond eiland. Het is het verhaal van Selkirk, ‘natuurlijk wél een ordinaire zeerover’, die zich vrijwillig laat afzetten bij één van de Juan Fernández-eilanden.

Ruim vijf jaar verblijft hij op het eiland en laat zich uiteindelijk meenemen door een Britse piratenvloot. Selkirk vormt voor de schrijver Defoe de inspiratiebron voor zijn roman Robinson Crusoe. In 1966 geeft de Chileense regering twee eilanden van de Juan Fernández-eilanden in de Stille Oceaan de namen: Isla Alejandro Selkirk en Isla Robinson Crusoe. De namen van de feitelijke en fictieve eilandbewoners van de onbewoonde eilandjes in de Stille Oceaan.

Deze weetjes en alle informatie die Boudewijn Büch verzamelt en uitvoerig vermeldt – zeer selectief en niet altijd even volledig – maken het boek tot een aangenaam werk. De eindeloze reeks publicaties die hij opsomt maakt het niet altijd even toegankelijk. Het dient vooral ook om de belezenheid én het boekenbezit van de schrijver goed tentoon te spreiden. Of zoals hij zelf schrijft in een kleine, maar eigenlijk heel grote opmerking in het nawoord bij de tweede druk van dit tweede deel uit de eilandreeks:

Nog een kleine opmerking tot slot. Alle in Eenzaam genoemde boeken, tijdschriften, stencils, knipsels et cetera bezit ik zelf; ze maken deel uit van mijn Bibliotheca Didina Et Pinguina (Amsterdam). Indien ik een publicatie niet noem of ken, ligt dat eenvoudig aan het feit dat ik haar niet bezit. Meestal vindt dat zijn oorzaak in mijn onmacht om een bepaald drukwerk te bemachtigen of te traceren. Dat ik zelden of nooit gebruik maak van geleende geschriften of (openbare) bibliotheken komt omdat ik het tijdelijk bezit van een boek niet verdragen kan. (262)

Daarbij vindt hij dat het openbaar Nederlands boekenbezit nauwelijks iets heeft dat het hart van de eilandenliefhebber sneller doet kloppen. Dat doet het boek van Boudewijn Büch zeker wel, het vertelt van een passie waarover nooit genoeg geschreven is.