image

Het einde van De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux: de schrijver begint het verhaal te lezen.

Wat voor een einde van een boek wil je? Een open einde of een gesloten einde? Interessante vraag die Petepel stelt in zijn #50books. Hij suggereert bij zijn vraag dat het einde van een sprookje als ‘en ze leefden lang en gelukkig’ een gesloten einde zou zijn. In mijn ogen is dat niet zo. Het is juist een heel open einde. Maar het verhaal van het einde, een lang en gelukkig leven, klinkt saai. Het is natuurlijk een einde dat snel en makkelijk een einde aan het verhaal maakt.

Een einde waarbij wat vragen gesteld worden en dan afgesloten wordt met ‘maar dat zou een heel ander verhaal zijn’, waarna de verteller snel afsluit, is minstens zo’n dooddoener. Want hij rakelt de mogelijkheid van een verhaal op, maar gezien het lange verhaal dat hij al verteld heeft, ziet hij ervan af.

Cyclisch einde

Het mooiste einde vind ik het cyclisch einde. Het einde dat een verhaal zo afrondt dat je het zo weer opnieuw zou kunnen beginnen van voren af aan. Boeken die dat doen zijn de laatste roman van J.M. Coetzee De kinderjaren van Jezus waar ik laatst een recensie over schreef en De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux. Het eindigt zo mooi dat je het boek zo weer begint van voor af aan. Want een echt goed verhaal, heeft je zo gepakt dat je het bijna niet durft uit te lezen.

Afscheid nemen

Ik heb dat met een paar boeken gehad. Het verhaal is dan zo mooi dat je het niet durft uit te lezen. Omdat je dan afscheid moet nemen van het verhaal, de personages en het boek. Het had het met Jan van Akens Valse dageraad. Het was een verhaal dat zo greep en pakte dat ik het niet meer uit durfde te lezen. Ik legde het aan de kant en wilde de laatste dertig bladzijden op een mooi moment opsnoepen. Als het laatste stukje van de chocoladeletter voor Sinterklaas. Je laat het liggen en vergeet het.

Zo vergat ik het laatste deel van Voskuils Het Bureau te lezen. Ik wilde het laatste deel op een ander moment lezen. Nu even niet, dat zou zonde zijn. Het kabbelende verhaal was zo heerlijk dat ik dat laatste deel niet las. Daarna vergat ik het en ik moet de zevendelige reeks nog steeds uitlezen. Zo heb ik het lekkerste zo lang bewaard dat het niet meer lekker is.

Geen uitsmijter

En toch geloof ik dat zelfs een goed verhaal een einde kan hebben als ‘en ze leefden lang en gelukkig’. Het einde hoeft niet een uitsmijter te zijn. Het is eerder als bij een muziekstuk. Niet elk muziekstuk eindigt met een harde knal of een akkoord waarin je verdrinkt. Het kan langzaam versterven zonder dat je in de gaten hebt dat het voorbij is. Of heel abrupt eindigen. Het helpt wel mee als het een mooie compositie is, maar het is geen voorwaarde om een boek mooi te vinden.

Geen idee of de laatste zin een mooi einde is voor deze blog.