image

Ik loop op het perron naar voren, zo kan ik een plekje voorin de trein bemachtigen. De ervaring van de volle treinen de laatste tijd, leert dat voorin de trein de meeste kans op een stoel is. Terwijl ik zo loop over het perron voel ik aan mijn rugzak. Onderin zitten vreemde, klein voorwerpen. Ze voelen hard aan, maar ik kan de vorm niet plaatsen.

Als ik in de trein zit, ga ik op onderzoek uit. Het kan onmogelijk mijn laptop zijn. En daaronder gaan niet zo snel kleine dingen zitten. Het zouden broodkruimels kunnen zijn of iets anders, maar dat kan ik onmogelijk definiëren.

Ik hijs het laptopje omhoog en voel onderin het vakje. Leeg. Daarom besluit ik het grote vak maar eens te proberen. Ik wroet mijn vingers naar beneden, langs boeken, schriften en losse blaadjes. Een formulier ‘Geld terug bij vertraging’. Nog verder drukken mijn vingers door de smalle ruimte in de rugzak.

Hebbes. Het voelt nog gekker dan net. Ik weet helemaal niet meer wat ik in mijn hand heb. Ik hengel een oud broodzakje omhoog. In het zakje zitten metalen schroefjes. Dan weet ik het weer. Een paar maanden terug vond ik voor het hoge witte gebouw van de RBS-bank in Amsterdam Zuid allemaal nieuwe schroefjes.

Aangezien ik in de dagen ervoor een kluswagen had zien staan, vermoedde ik dat de schroefjes uit een bak zijn gevallen. De klusser was blijkbaar te lui om ze allemaal op te rapen. De eerste dag liep ik er vrij achteloos langs, maar een dag later verbaasde ik mij over de grote hoeveelheid schroefjes in verschillende maten. Als niemand ze meenam, dan moest ik ze toch wel oprapen.

Geen idee waar ik ze voor nodig had, maar ik begon te rapen. Al dat kostbare metaal kon wel ergens bij mij thuis gebruikt worden. Ik werd steeds enthousiaster en had al een hand vol met die schroefjes. Om mij heen verzamelden zich allemaal forensen die enthousiast meehielpen met het oprapen van de schroefjes. In plaats van ze zelf te houden, gaven ze de schroefjes allemaal keurig aan mij.

Met moeite wist ik mij uit mijn eigen activiteit te ontworstelen en sloeg de nieuwe schroefjes die ik van omstanders kreeg af. Met een lichte gêne want ik vond de hulp die ze boden zo verschrikkelijk lief. De schroefjes verdwenen in mijn kontzak en ik liep snel verder naar mijn werk.

Nadat ik mijn lunch had opgegeten, vond ik de schroefjes toch wel prikken in mijn achterste. Ik haalde ze eruit en deed ze in het lege boterhamzakje. Het zakje verdween in mijn tas, voor thuis. Dan kon ik ze later wel in de voorraadkist met schroefjes leggen. Deze is ook weleens omgevallen, maar toen heb ik alle schroefjes opgezocht tussen het zaagsel en andere viezigheid.

Maar ik kwam thuis en vergat de schroefjes helemaal. Tot vandaag.