Met Doris aan de Amsterdamse grachten (in 2009)

De belasting zat hem op de hielen, daarom kon de laatste cursusdag ‘interaction design’ niet doorgaan. De jonge internetondernemer stelde voor om de cursus op een andere dag voort te zetten in het huis van zijn schoonouders. Een imposant pand midden in de Amsterdamse grachtengordel. De lunch genoten we wat verderop. Hij trakteerde op de heerlijkste gerechten. De controle van de belastingdienst was blijkbaar toch meegevallen.

We liepen terug langs de gracht naar het huis van zijn schoonouders voor het laatste stukje van de cursus. Het tekenen van de websitestructuren en schema’s ging verder. Zoeken naar de meest effectieve indeling van de website, zo kon ik het nieuwe intranet verder vorm geven. Hoe zorg je ervoor dat je bezoekers vinden wat ze zoeken. En hoe vertaal je dat in de structuur van de website?

Hij vroeg wat ik gestudeerd had. Ik vertelde hem over de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde en van mijn liefde voor literatuur en verhalen. Was die wereld van computers en internet wel wat voor iemand die van boeken en verhalen hield. Was er überhaupt wel een overlevingskans voor het boek met al die nieuwe technieken.

‘Ja, ik zie juist heel veel nieuwe kansen’, antwoordde ik. ‘Er zal nog een kunstvorm gevonden moeten worden op het internet. We zijn er nog lang niet. En ik weet niet waar het heengaat. Ik denk dat we nog aan het begin staan van een heel nieuwe vorm waarin we verhalen vertellen.’

Hij knikte, kon er zich weinig bij voorstellen. En eigenlijk ook niet, maar ik blijf erbij, een jaar of acht later en vele ontwikkelingen verder. De literatuur moet een nieuwe vorm vinden, aangepast aan de situatie. Een digitale wereld van games, films, muziek, stemmen en tekst. Het biedt ongekende kunstvormen. Nieuwe kunstvormen.

Wat dit betekent voor het boek. Ik weet het niet. Er zijn initiatieven geweest als van Stephan Sanders die op internet zijn debuutroman Liefde is voor vrouwen schreef. Lezers konden dagelijks zijn vorderingen volgen en zelfs voorstellen doen voor wendingen of de introductie van nieuwe personages.

Media noemden het in 2000 de allereerste ‘interactieve roman’. In de besprekingen van het boek later, werd het interactieve aspect niet of nauwelijks aangehaald. In hoeverre de uiteindelijke roman lijkt op wat Stephan Sanders op de website liefde-is-voor-vrouwen.nl deed, is niet meer te achterhalen. De website is al jaren offline.

Tot nog toe is internet meer in de inhoud van het boek doorgedrongen dan in de vorm van het boek. Het digitale boek lijkt nog teveel op het papieren exemplaar. Daarom verwacht ik dat de ontwikkelingen hier nog heel langzaam zullen volgen. De roman zal meer en meer naar de achtergrond verschuiven en een nieuwe vorm krijgen. Voor poëzie zie ik een ongelooflijk grote rol weggelegd. Gedichten sluiten heel goed aan bij de vlugge en vluchtige digitale wereld.

De tijd zal het leren. De uitvinding is nog niet gedaan en eerst zullen heel veel mensen er afkeurend mee omgaan. Net als dat het lezen van een romannetje erg lang als schadelijk is ervaren. Lang hebben mensen ervoor moeten vechten en pas in de twintigste eeuw kon je zonder gene een boek lezen in het openbaar.

Bij de voorstelling van Jacob Jan Voerman vorige week raakte ik er echt van doordrongen. Verhalen blijven belangrijk. Over de vorm kun je discussiëren, maar het verhaal blijft. Internet of niet. De menselijke stem spreekt en vertelt zijn verhaal. En dat verhaal gaat hoe dan ook voort. Het boek is als een verhaal en het verhaal vertelt verder. Zonder einde.

Dit is het antwoord op vraag 38 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.