image

In Almere groeien naast alle boomrassen die van origine in Nederland voorkomen, ook enkele bomen die lekkere vruchten dragen. Zo kun je op sommige plaatsen kersen vinden of appels, hazelnoten, pruimen, tamme kastanjes en walnoten.

Bij het uitlaten van de honden stuit ik op een walnoot. Ik pak de noot op en nam hem mee naar huis. Wat later ontdekt Saartje een walnoot. Hij ligt mooi voor haar op de grond. Ze pakt hem op en loopt er tevreden mee weg.

Dat je niet door het omhulsel komt, merkt ze niet want ik pak de noot af. Een diepe afdruk van haar hoektand zit in de walnoot. Thuis zal ik hem openmaken en krijgen ze een stukje. Is ook nog eens heel gezond.

Dat de walnoten door iedereen grif geraapt en gegeten worden, merk ik snel. Inge vraagt of er niet wat meer liggen. Nee, ik vind er sporadisch eentje. Vaak lijken ze ook nog een aardig eindje van een walnotenboom te liggen.

Ik kom er snel achter hoe dat kan. Op een fietsritje zie ik een forse ekster voorbijvliegen met een grote walnoot tussen de snavel. Het zijn geliefde noten onder de kauwtjes, kraaien en eksters. Met hun puntige snavel hakken ze net zo lang op het omhulsel tot ze de felbegeerde noot kunnen oppikken.

De kauwtjes hier achter het huis nemen het van de hazelnoten die dit jaar weer vallen. Daarna is het weer twee jaar wachten op een nieuwe oogst. Ze dragen maar om het jaar nieuwe noten.

Het raadsel waarom de noten soms zo’n eind van een walnotenboom liggen, lost zich sneller op dan je denkt. Als ze zo’n grote walnoot in de bek hebben, vliegen ze onrustiger dan wanneer er niks tussen de snavel klemt.

De ekster die vlak langs mij scheert bij mijn fietsritje, vliegt laag en landt tussendoor even op een metalen hekje. Hij probeert de veel te grote noot weer even goed te leggen en vliegt weer op. Een soortgenoot zet met veel lawaai de achtervolging in. Dan kun je de prooi natuurlijk snel verliezen.