image

De leesactie Nederland leest stond deze maand in het teken van Godfried Bomans boek Erik of het klein insectenboek. Ik las het boek langgeleden in mijn middelbare schooltijd voor het boekententamen van mijn Mavo-diploma. De strekking van het sprookje komt dan anders op je over dan wanneer je het later leest. Het kwam er niet van.

Ik zag de film die een paar jaar geleden gemaakt is en werd weer snel meegenomen in het verhaal. Pas bij deze leesmaand kreeg ik weer de gelegenheid het boek weer eens te lezen. Het was een feest der herkenning en tegelijkertijd genoot ik van nieuwe dingen in dit prachtige sprookje. Wat een verhaal bevat dit boekje.

Motto

Bij de film werd ik erg getroffen door het motto van Leonardo da Vinci:

Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.

Een prachtig levensmotto. Het kader waarin we leven past helemaal in dit idee. De wereld is veel meer, maar juist de beperking geeft de betekenis aan alles.

Negentiende eeuws

Het verhaal van Godfried Bomans verraadt onmiddellijk zijn voorliefde voor sprookjes en negentiende-eeuwse schrijvers als Charles Dickens. De gecursiveerde samenvatting waarmee elk hoofdstuk begint, lijkt zo uit een boek van Dickens te komen. De schrijfstijl verraadt deze invloed net zo sterk. De verteller plaatst zich nadrukkelijk buiten het verhaal:

Het eerste wat de kleine Erik deed in het land Wollewei was – huilen. Ja, dat is nu wel een beetje vervelend om te vertellen; maar deden wij soms anders toen wij voor het eerst gezet werden in het schilderij waarin wij nu al zo lang leven? Het schijnt erbij te horen, en men moet erin berusten. Doch de kleine Erik vond één troost die wij destijds niet bezaten: hij het zelf gewild. En dat is een groot verschil. (27)

Door in het schilderij terecht te komen ontspint zich een prachtig verhaal over de insecten. Erik is klein geworden en kan met de dieren praten. Het eerste schept aanvankelijk zijn verbazing, het tweede helemaal niet. Hij is gedurende zijn verblijf in het schilderij in gesprek met alle insecten en dieren die hij tegenkomt. Het verbaast hem niet en lijkt voor hem een vanzelfsprekendheid.

Denken en instinct

De kracht van het verhaal is dat de insecten gepresenteerd worden met menselijke eigenschappen. Op zich is er niet zoveel te beleven aan een insect. Je kunt natuurlijk lange tijd naar de activiteiten in een mierennest kijken, het toekennen van menselijke eigenschappen blijft steken bij vlijt en arbeid.

Bomans gaat verder en ziet de insecten graag als mensen. Daarbij kent hij het dierlijke instinct grote eigenschappen toe. De wetenschap uit het insectenboek van Solms en het verstand staan goed handelen juist in de weg. Zoals in het advies dat Erik geeft aan de meikever wat zij moet doen met haar eieren. Ze voelt de drang dat ze die middag een ei of tachtig gaat leggen:

‘Stoort u toch niet aan die Solms,’ sprak Erik beslist, ‘en denk maar liever helemaal niet. Als de eieren er eenmaal zijn, zult u eens zien hoe gemakkelijk alles gaat. Zelfs de dingen die in de kleine lettertjes staan, zult u doen alsof het niets is. U weet het zelfs beter dan juffrouw Schönberg; daar zit hem nu juist het wonder der natuur in! Nu, goede moed, mevrouw en grote u de kleinen van mij.’ (108)

Dat hij het zelf met zijn gevoel niet redt, laat het einde van het boek zien. Terug in de wereld van de mensen, buiten het schilderij, De reactie van juffrouw Schönberg op het gemaakte proefwerk liegt er niet om. Hij zou er rare opvattingen over de meikevers op na houden. Een einde dat de lezer wakkerschudt. Erik of het klein insectenboek leert je niet veel over insecten, maar veel meer over mensen. Dezelfde eigenaardigheid die bij Erik na dit avontuur is overgebleven:

‘soms als hij onder mensen vertoeft, kan hij niet nalaten aan bepaalde kleine insecten te denken;’ (129)