image

Het schiet er ineens in: paniek. Op momenten dat ik zou verwachten in paniek te raken, raak ik nooit in paniek. Ik handel heel rustig en instinctief als er iets anders gebeurt waarbij direct actie moet worden ondernomen. Zonder nadenken handel ik en vergeet alles om mij heen.

Zoals de keer dat ik een man in zijn scootmobiel zag stilstaan bij een kruispunt. Toen ik vijf minuten later er weer langsfietste, zat hij er nog. Kalm en rustig heb ik de man geholpen en een ambulance gebeld. Geen idee, hoe het de man verder vergaan is.

Of de man van wie zijn jonge herdershond was ontsnapt. Het dier rende langs de weg in Almelo; hij er achteraan. Zonder aarzeling gaf ik de man een lift in mijn auto en zijn we de hond achterna gereden. Hij kreeg hem te pakken.

Dan is er geen paniek. Maar de paniek overvalt mij. Een vraag, een mededeling die mijn patroon verwart. Ik heb het anders in mijn hoofd zitten. Ik weet even geen raad hiermee. Dat is paniek!

Het klemt zich vast in mijn hoofd. Het is een ballonnetje dat zichzelf opblaast en steeds groter wordt, zodat het alle gedachten kan beheersen. Je hebt er nauwelijks controle over. Het gebeurt.

Niet dat het aan mij te zien is. Ik ben nukkig, wil even met niets en niemand te maken hebben. Moet even het aangehoorde laten zakken. Tijd om te verwerken. Het valt allemaal best mee. Ik moet stoppen waarmee ik bezig was. Even schakelen. Ik pas mijn patroon aan. Het kan best. De paniek ebt weg.

Maar het kost wel energie. Dat heb ik het laatste jaar ervaren. Daarom probeer ik mij nu de tijd te geven als iemand met een vraag komt. Eerst afmaken waaraan ik begonnen ben en mij niet door eindeloze ballast laat afleiden.