image

Heeft hij gedronken of is hij jaloers? Dan komen de slangen bij de ik-verteller en hoofdpersoon van Van dode mannen win je niet. In deze derde roman van Walter van den Berg kruipt de schrijver in het hoofd van de man die man die zijn moeder jarenlang terroriseerde. Wat ontstaat is een roman van een man die losse handjes heeft en het niet zo nauw neemt met de liefde.

Ik herkende in het verhaal veel van de verhalen van vrouwen die jarenlang zijn misbruikt en mishandelt door hun man. Ze beloven elke keer beterschap en weten de veroorzaker van hun agressie altijd buiten zichzelf te leggen. Als hij moeder Dimphy voor de eerste keer geslagen heeft, wil hij bij haar weggaan, maar zoon haar Wesley wil niet dat de hoofdpersoon weggaat:

Ik bleef voor jou. Jij zat te huilen omdat ik weg zou gaan en dat was niet nieuw voor me, huilende vrouwen, huilende kinderen, maar de meesten huilden om zichzelf, en jij huilde om mij.
Echt, Wesley, als jij niet had zitten janken, hadden jullie gewoon rustig door kunnen gaan met jullie leventje. (39)

Dat hij zelf aandeel heeft in zijn agressie, is blijkbaar niet zo belangrijk. Huilende vrouwen, bibberende kinderen of aanhankelijke meisjes. Ze zorgen er allemaal voor dat hij besluit te blijven na de belofte dat hij het nooit meer zal doen. En elke volgende keer dat het gebeurt, belooft hij beterschap.

Bij de volgende keer refereert de verteller hier graag naar: ‘We hadden afgesproken dat het niet meer fout zou gaan.’ Dat het fout gaat, ligt niet aan hem, maar aan haar. Hij refereert dan graag aan het vertrouwen dat hij naar zijn oordeel niet krijgt. Dat hij haar niet vertrouwt, ontgaat hem. Zo mag de moeder van Wesley geen mannen meer thuis knippen voor tien gulden, omdat de mannen eigenlijk voor iets anders komen.

Het zat me niet lekker dat al die mannen bij haar thuis kwamen. Ik bleef een keer een week thuis, ik vertrouwde het niet, een vrouw alleen thuis waar mannen aanbellen. Die mannen hadden allemaal ideeën en ik dacht aanvankelijk niet dat je moeder iets met die ideeën kon, daar was ze te naïef voor, dacht ik toen nog, ze knipte die mannen gewoon, maar als ze te veel met haar borsten in hun nek hing, zaten ze daar met een stijve in mijn keuken. (153)

Dat wantrouwen merkt hij niet op. Als Dimphy vervolgens de knipafspraken afzegt omdat hij thuis is, weet hij het wantrouwen op haar af te schuiven. Hij zegt dat achter haar op de muur met hele grote letters ‘hoer’ staat geschreven.

Het zijn de jaloezie en de drank die de slangen bij hem oproepen. Daarom drinkt hij aanvankelijk ook niet veel in het bijzijn van Dimphy. Het zorgt ervoor dat hij zich niet verliest in zijn agressie. Hij heeft eerst nog de tijd nodig voordat hij echt gaat drinken. Natuurlijk gebeurt dat een keer en dan gaat het gelijk goed mis.

Elke keer volgt de beterschap. En na elke recidive volgt een nieuwe belofte. Zo vormt de belofte, het terugkerend element in Van dode mannen kun je niet winnen. Het is zijn machteloosheid. Zodra mensen dichterbij komen, komen de slangen en slaat hij ze met zijn agressie van hem af.

Walter van den Berg gaat hiermee een nieuwe weg in. Waren zijn vorige romans nog sterk door de personages van de puber die games op zijn computer speelt, hier krijg je de andere kant te zien. Over de slangen spreekt de ik-verteller en hoofdpersoon nooit met anderen. Het is een kant van hem die hij liever zelf ook niet ziet, maar het gebeurt door drank en jaloezie. De gewelddadige vriend van een moeder die – zonder het goed te beseffen – het leven terroriseert van een vrouw en haar kind.

Een perfecte dag voor literatuur

Ik las het boek voor de bijdrage aan Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybooks.nl. Lees in de reacties de bijdragen van anderen. Lees mijn eerdere blog.

Boekinformatie

Walter van den Berg
Van dode mannen win je niet
Amsterdam: De bezige bij, 2013
ISBN: 978 90 234 8511 7.
208 pagina’s
Prijs: € 18,50