image

In de rij voor gratis boeken bij het Tropenmuseum in Amsterdam

Een app’je van mijn broer: ‘Hoorde ik je nou op de radio? Ze hadden het op 3FM over de bibliotheek waar jij gisteren was’. Natuurlijk heb ik het niet gehoord. Wel drukte een journaliste van het Radio 1 journaal een microfoon onder mijn neus. IJdel als ik ben, luisterde ik die avond gelijk op internet terug naar Radio 1.

Daar hoorde ik niet mijn stem. Wel sprak de man aan wie ik het boek gaf uit een reeks waarvan hij de rest voor mij weggriste. Het was het bovenste boek van een stapel tijdschriften over primitieve kunst. De man had de rest van de stapel in zijn handen. Gepakt van het schap terwijl ik nog in dat ene exemplaar keek. Ik gaf het hem. Hij vertelde voor de microfoon trots over zijn score.

Het interview met deze man was inderdaad leuker dan de antwoorden die ik in de microfoon van de verslaggeefster geblazen had. Ze had naar mijn enorme boodschappentas gekeken vol met boeken en vroeg of ik gevonden had wat ik zocht. Ik verbaasde mij over de microfoon die onder mijn neus geschoven werd.

Daarom wist ik niet zo goed wat ik moest antwoorden. Aan het eind vroeg ze wat ik allemaal had gevonden. Ik vertelde van Junghuhn en over Zuid-Afrika. Ze vroeg of ik nog ruzie gemaakt had. ‘Nee, ruzie om een boek maak ik niet’, zei ik.

Precies die zin werd uitgezonden op 3FM de volgende morgen om half negen. Ik hoorde het bij het terugluisteren op internet na de tip van mijn broer. Giel Beelen vond het bizar. De nieuwslezeres noemde mij ‘deze man’. Uren zou ik in de rij hebben gestaan om een gratis boek te scoren.

Dat vond ik wel een beetje overtrokken, walgde ervan mijn eigen stem te horen. En ergens voelde ik mij best trots dat een quote van mij het nieuws van 3FM haalde.

Beluister het fragment van een minuut vanaf 2:30:31