image

Het plezier dat mensen beleven zich vrijwillig over te leveren aan een tekstueel misstandje vol met spellingvalkuilen. Daar heb ik nooit iets van begrepen. De dictees om het spellen onder de knie te krijgen waren al erg genoeg en om je nu over te leveren aan de grillen van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Het gebruik van ‘der’ zegt al genoeg. Het is iets ‘des oubolligen’ in plaats dat het mij toebehoort.

Zegt het foutloos schrijven van een dictee dat je kunt schrijven. Nee, het zegt dat je goed op de hoogte bent van de spelling van het Nederlands. En de spelling heeft weinig met taal te maken, meer met regels. De spelling is eerder een compromis dan een logisch geheel. Jij wat, ik wat en we noemen het Nederlands. Iemand die alle regels en uitzonderingen kent, kan foutloos spellen. Al gaapt er best een groot gat tussen spelling en praktijk.

Ik beleef weinig lol aan een dictee. Een tekst opgelegd door een ander. Als een literator een mooi stukje proza met valkuilen schrijft, kan ik er best een lolletje aan beleven. Van het dictee van Gerrit Komrij herinner ik mij alleen Bommelskonten. En juist dat woord mocht je op alle mogelijke manieren spellen omdat het niet een officiële plaatsnaam was.

Volgende week buigen al die spellingfanaten zich over de tekst van Kees van Kooten. Hij begint met de loop van de jaren – of moet ik hier zeggen ‘in de loop der jaren’ – steeds meer op een persiflage van hem te lijken: Dr. E.I. Kipping. Draaiend met de pen tussen wijsvingers en duimen, onderwees hij hoe je die uitdrukking correct zei. Zoals ik Kees van Kooten in het NOS-journaal zag bij de bekendmaking dat hij dit jaar het Groot dictee zou gaan verzorgen, ontbrak alleen de pen in de hand.

Het dictee is daarmee een evenement geworden en ik vraag mij af wie van de prominenten het dictee met een glimlach schreef. Ik herinner mij het collectieve zuchten als de meester aankondigde een dictee te zullen afnemen. Nu schuift zelfs Helmuth Lotti aan. Zonder zuchten. Met een glimlach krijgt hij zijn roodbekraste velletje terug. Vroeger de reden om te zuchten. Nu de trots van elke prominent.