image

Op safari in Oost-Afrika schiet Ernest Hemingway een sabelstier. Hij raakt het dier waarschijnlijk in zijn pens. Het dier vlucht met een verschrikkelijke wond. Het idee dat hij urenlang ronddoolt met zijn grote wond en ergens neerzijgt om te worden verslonden door hyena’s. Deze beesten deinzen er niet voor terug de darmen uit een stervende sabelstier te trekken terwijl hij nog leeft.

Ik voelde me een schoft, dat ik hem wel geraakt, maar niet gedood had. Ik vond het niet erg een dier dood te maken, als het maar direct dood was; ze moesten toch allemaal een keer doodgaan en mijn inmenging in de nachtelijke en altijd terugkerende onderlinge afslachtingen was zo onbeduidend, dat ik me helemaal niet schuldig voelde. We aten het vlees en bewaarden de huid en de horens. Maar ik voelde me beroerd over deze sabelstier. (248)

Hij baalt ervan dat hij niet zuiver gericht heeft op het dier, maar op de pens geschoten heeft. Ernest Hemingway vindt In De groene heuvels van Afrika dat hij teveel zelfvertrouwen had gekregen na een paar mooie vangsten. Daardoor was hij zorgeloos geworden, met dit negatieve gevolg.

In het boek lees je hoe de jacht de Amerikaanse schrijver beheerst. Hij wil bepaalde soorten hebben en raakt daarmee in een soort bedwelming. Het beheerst hem zo dat hij ongeduldig wordt en zo dieren verkeerd richt op dieren die te ver weg staan. Het zorgt voor de missers waar hij zo van baalt. En terecht.