wpid-2013-12-02-13.23.15.jpgIn De groene heuvels van Afrika schrijft Ernest Hemingway over de jachtpartij die hij in 1935 in Afrika maakte. De gebieden waar hij doorheen trekt vallen nog onder bestuur van Engeland. Hij heeft weliswaar een jachtvergunning voor het neerhalen van de grote wilden dieren als neushoorn, olifant en buffel, maar het blijft een vreemde gewaarwording om dit met hedendaagse ogen te lezen.

Tegenspraak

Ernst Hemingway spreekt zichzelf aardig tegen aan het einde van het boek. Hierin merkt hij op dat Noord-Amerika niet meer zo ongerept is. Dat is te wijten aan de westerlingen die het gebied respectloos hebben behandeld. Hij duidt ze zelfs aan met ‘vreemdelingen’.

Een werelddeel wordt snel verbruikt als we er eenmaal zijn aangekomen. De mensen die er horen leven ermee in harmonie. Maar de vreemdeling vernielt, hakt bomen om, draineert het water zodat de watertoevoer verandert en in korte tijd is de grond, als die eenmaal in bewerking is genomen, uitgeput en begint de bodem te verstuiven, zoals dat in elk ouder land gebeurt en waarvan ik het begin in Canada heb gezien. De aarde wordt het moe uitgebuit te worden, een land is snel uitgeput als de mensen hun overschotten en die van hun beesten er niet aan teruggeven. (260)

Het is een verrassende kijk op de daden van zijn voorouders. De mensen hebben het land uitgeput. Van de rijkdom van weleer is weinig meer over. Hij pleit ervoor zuinig te zijn op het land. Alleen gaat hij een paar regels verder een heel eigenaardige kant op in het verhaal. Hij wil uit Amerika en naar Afrika gaan.

[I]k wilde terug naar waar ik het prettig vond om te leven, echt te leven. Niet mijn leven gewoon voorbij te laten gaan. (260)

Hij vindt dat andere mensen maar naar Amerika moeten gaan, hij wil naar Afrika, naar de ongerepte natuur:

Ik wist wat een goed land was. Hier was wild, waren veel vogels en ik hield van de inlanders. Hier kon ik schieten en vissen. Dat en schrijven en lezen en schilderijen bekijken waren de enige dingen die me werkelijk interesseerden. (261)

Hier mist Ernest Hemingway de link die zijn uitspraken in mijn ogen hebben. Want zorgt juist de komst van de ‘vreemdelingen’ niet voor de verwoesting van het land? Bij het lezen van Paul Theroux’ Afrikaboek, valt in het hedendaagse Afrika juist de uitbuiting van land en volk op.

Ernest Hemingway ziet in de ongerepte natuur van Afrika de mogelijkheid zijn paradijs te vinden. Maar is het niet de oorzaak van de verwoesting van die ongerepte natuur? Hij zou er graag heen willen vluchten, maar zal daardoor juist het land aantasten. Of bedeelt hij zich een rol als behoeder van dit natuurschoon toe?