image

In het essay Waarom de stoommachine geen Chinese uitvinding is, veegt Maarten van Rossem de vloer aan met het idee dat de Chinezen alles hebben uitgevonden. Hij verwijst naar ‘een nieuw historisch paradigma, waarin China een glorieuze hoofdrol krijgt toegewezen.’ Onzin, zo vindt hij.

Van Rossem noemt het boek The great divergence. China, Europe, and the making of the modern world economy van de historicus Kenneth Pomeranz.

De Chinezen zouden volgens dit boek aan de wieg staan van veel Europese uitvindingen zoals de stoommachine. De Chinezen konden alles beter en eigenlijk is het oneerlijk dat de industriële revolutie zich niet in China voltrok.

Volgens Maarten van Rossem wordt hier een cruciale denkfout gemaakt. Chinezen vonden het buskruit uit en waren technisch inventief, van een wetenschappelijke revolutie zoals in Europa was in China geen sprake.

Zodoende hebben de Chinezen de stoommachine niet uitgevonden, want voor die uitvinding waren een aantal essentiële wetenschappelijke inzichten noodzakelijk. China beschikte misschien over het potentieel om zoiets uit te vinden, maar de omstandigheden waren er niet naar. (13)

Het juiste gebruik van de machine, dat is veel belangrijker dan de werking van de stoommachine. Er is meer nodig om de uitvinding te claimen, vindt Maarten van Rossem.