Öèôðîâàÿ ðåïðîäóêöèÿ íàõîäèòñÿ â èíòåðíåò-ìóçåå Gallerix.ruIn de roman Jouw gezicht zal het laatste zijn, komt naast de muziek ook de schilderkunst aan bod. De verteller verwijst naar een specifiek schilderij van Bruegel. Het is het verhaal van de pianoleraar en de mysterieuze schilderes en speelt in Wenen, waar in het Kunsthistorisch museum enkele Bruegels hangen.

Het schilderij van Pieter Bruegel de Oude wordt uitvoerig beschreven en het leverde mij een sport op om te ontdekken over welk schilderij het ging. Van Beethoven, Mozart en Bach noemt de schrijver João Ricardo Pedro wel om welke muziekstukken het gaat. Van de Bruegel laat hij de naam achterwege.

Ik ben gaan speuren. Het hangt in het Kunsthistorisch museum in Wenen. In een uitvoerige opsomming zegt de verteller wat er allemaal op het schilderij te zien is, nadat de vader van de verteller ontdekt dat een ‘vrouwsfiguurtje dat op twee krukken liep en wier rechterbeen een stukje over de knie in een verband eindigde’, het middelpunt van het schilderij is.

Nu kwam zij voor als het middelpunt van alles. Dat was niet zoals hij eerder had gedacht, het meisje dat water dronk bij de put.[1] Ook niet de dikke man in het blauwe vest en dito muts die op een wijnvat zat.[2] Ook niet de geest boven op een kar die aan twee touwen werd voortgetrokken.[3] Ook niet de tollende kinderen.[4] Ook niet de vrouw die boven op een ladder stond.[5] Ook niet die andere bij het vuur.[6] Ook niet de man die op het punt leek te staan zich uit een raam te storten.[7] Ook niet de bedelaars met uitgestrekte hand.[8] Ook niet de processie die uit de zijpoort van de kerk kwam.[9] Ook niet de man met de doedelzak.[10] Ook niet de andere man die een zak op zijn rug droeg.[11] Ook niet degene die hand in hand ronddansten in een kring.[12] Ook niet de gitaarspelende man met de dikke buik en een pan op zijn hoofd.[13] Ook niet de twee reusachtige vissen in een mand.[14] Ook niet het kind met zijn armen in de lucht.[15] Ook niet het groepje gemaskerden.[16] Ook niet de nonnen.[17] Ook niet het speenvarken dat de dikke man in blauw vest en dito muts aan een spies hield.[18] Ook niet het varken achter de put.[19] Ook niet het viskraampje.[20] Ook niet de man die een emmer leegde uit het raam.[21] Ook niet de twee bomen.[22] Nee. Het middelpunt van alles was die vrouw met het blauwe hoofddoekje, die op twee krukken steunde.[V] Daar, in die figuur, begon en eindigde alles. (141)

Het schilderij heet ‘De strijd tussen carnaval en vasten’ en is in 1559 door Pieter Bruegel de Oude geschilderd. De afbeelding speelt op vastenavond en illustreert het gevecht tussen lichaam en geest. Bovendien is het een prachtige weergave hoe aan het eind van de Middeleeuwen carnaval werd gevierd.

Pieter_Bruegel_strijd_tussen_carnaval_en_vasten_1559_scene_pedro

Het schilderij verbeeldt een tijd die misschien geweest is, maar die overduidelijk nog heel herkenbaar is. De enorme drukte op het schilderij, laat zien dat Bruegel niet zo sterk in een grote compositie dacht, maar allemaal losse taferelen schilderde, met elk een eigen verhaal.

Een tijdje terug sprak ik Jacob Jan Voerman over Bruegel. Hij droomde ervan om de schilderijen die we allemaal zo goed kennen, die ergens een plek in ons collectieve bewustzijn innemen, om deze schilderijen eens in Wenen te gaan bekijken. Ik heb me er nooit zo in verdiept, maar bij het zien van dit schilderij valt mij onmiddellijk op wat Jacob Jan Voerman vertelde over de schilderkunst van Bruegel: het zijn allemaal losse taferelen, kleine schilderijen in een schilderij, je raakt er niet op uitgekeken. Telkens zie je weer iets nieuws erin.

Dat effect dat Jacob Jan Voerman mij met zoveel vuur en liefde vertelde, zie ik terugkomen in dit fragment uit Jouw gezicht zal het laatste zijn. Alle elementen het speuren naar waar het schilderij eigenlijk over gaat. Het onderwerp van het schilderij dat telkens verschuift en van betekenis verandert. Dat effect merk je in het boek zelf ook. Het lijkt een nutteloze opsomming die de verteller hier geeft, maar voor mij is het een prachtig voorbeeld hoe onderwerp en stijl mooi kunnen samenvloeien. Het demonstreert het talent van João Ricardo Pedro.

Of zoals de verteller het zegt in het boek over de schilderijen van Bruegel:

Een schilderij waarvan het grootste probleem voor de toeschouwer, tenminste als je het voor het eerst zag, […], was dat je niet wist waar je naar moest kijken, of waar je moest beginnen met kijken, zoveel tafereeltjes, schijnbaar zonder enig onderling verband, waren erop afgebeeld. (138)

En dan somt de verteller hier nog minder dan de helft van wat er allemaal te zien is. Ieder personage op het schilderij is uniek en verbergt een eigen verhaal. Daarom heb ik maar nummertjes gezet bij het fragment. Het middelpunt heeft een [V] gekregen. Het fragment stimuleert nog beter te kijken. Een prachtige vermenging van schilderij en verhaal.

Een mooi idee om naar Wenen te gaan om dit schilderij (en de rest) van Bruegel te bewonderen.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Jouw gezicht zal het laatste zijn van João Ricardo Pedro bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.